Chemische Technologie

Onderwijsprogramma


De opleiding Chemische Technologie (CT) is een afwisselende en praktijkgerichte opleiding. De propedeuse en het tweede leerjaar zijn gemeenschappelijk voor alle CT-studenten. De eerste twee jaar is een afwisseling van projecten, practica en theorievakken. Het eerste jaar staat vooral in het teken van colleges op het gebied van chemie, natuurkunde en biologie; de module Life Science. Daarnaast is wiskunde een belangrijk vak. In de projecten werk je met een groepje van enkele studenten aan een opdracht. In het practicum oefen je je vaardigheden in de proceshal met diverse grote apparaten.

In het volgende schema staat een opsomming van de onderwerpen die je in het eerste jaar zult tegenkomen:

                        
  Kwartiel 1

  - Lifescience 1
  - Wiskunde en statistiek 1
  - Praktijk 1
  - Project beroeps-oriëntatie
  - SLB/Portfolio 1

                        
  Kwartiel 2

  - Lifescience 2
  - Wiskunde en statistiek 2
  - Praktijk 2
  - Project voedingsmiddelen
  - SLB/Portfolio 2

                        
  Kwartiel 3

  - Spectrometrie en chromatografie
  - Technologie 1
  - Project CT
  - Praktijk CT
  - SLB/Portfolio 3

                        
  Kwartiel 4

  - Organische chemie
  - Lifescience 3
  - Project CT
  - Praktijk CT
  - SLB/Portfolio 4


Het tweede jaar staat in het teken van verbreding van je chemische en technologische kennis. Je gaat dieper in op relevante chemisch technologische vakgebieden.

Het derde en vierde jaar zijn opgedeeld in vier blokken van een half jaar: major, minor, stage en afstuderen. In overleg met je studieloopbaanbegeleider kies je in welke volgorde je deze onderdelen doet. De kennismaking met het beroepenveld staat hierbij centraal. Het Proceshal CTonderdeel major wordt binnen de opleiding ingevuld in een onderzoeksgroep. Hierbij werk je in een team onder begeleiding van een of meer docenten aan een onderzoeksopdracht. De minor bestaat uit een keuze van verschillende vakken die door de opleiding worden aangeboden. Zo kun je je verdiepen in die vakken die je zelf belangrijk vindt voor je verdere carrière, maar je kunt ook een extra stage doen, een tweede onderzoek of een minor van een andere opleiding.

De kroon op je opleiding is de afstudeeropdracht; vaak een onderzoek dat je uitvoert bij een onderzoekinstituut, productiebedrijf, adviesbureau of de overheid.