In deze leergang wordt stelselmatig de relatie met de praktijk gelegd.
Dit betekent dat actuele ontwikkelingen aan de orde komen. Maar tevens dat van u gevraagd wordt uw
ervaringen, opgedaan in het werkveld, in te brengen.
Er is bewust voor gekozen in de leergang ook veel vaardigheidstrainingen op te nemen. In deze trainingen wordt geoefend aan de hand van de diverse managementrollen. Hierdoor verkrijgt u inzicht in uw eigen handelen. Het oefenen hiervan gebeurt in een veilige situatie.
In de leergang wordt frequent gewerkt met zelfanalyses. Hierdoor wordt u zich bewust van uw uitgangspositie c.q. beginsituatie. U komt er achter wat u als manager beheerst, wat u als manager mist en wat u als manager wilt leren.
Tijdens de leergang wordt u deskundig begeleid. De docenten en trainers hebben zelf veel ervaring in het leidinggeven. We gaan er van uit dat u de aangeboden nieuwe kennis en vaardigheden in de praktijk toepast.
Regelmatige evaluatie behoort tot een van de vaste programmaonderdelen.
De leergang operationeel management heeft specifieke kenmerken van volwassenen onderwijs.
Het onderwijs is afgestemd op uw behoeften en wensen.
Er is een duidelijke variatie aan werkvormen en methodieken.
Werkvormen
Methodieken
Docenten hebben binnen deze onderwijsvorm een begeleidende rol
Vanzelfsprekend wordt rekening gehouden met individuele studentkenmerken, zoals: verschillende leerstijlen;
Waar mogelijk en met handhaving van het eindniveau kunnen u verkorte leerroutes worden aangeboden.
Structuur van de opleiding:
Alle module starten met een zelfevaluatie. Aan de hand van de uitkomsten hiervan, stelt u uw persoonlijke leerdoelen op.
Iedere kennismodule wordt in 3 lesweken gegeven en heeft 40 studiebelastingsuren (SBU). De vaardigheidsmodulen en de integratiemodule worden ieder binnen een periode van 6 weken gegeven en omvatten 80 SBU. De totale omvang van de studie bedraagt 700 SBU; dit is inclusief de introductie en het eindgesprek. De modulen worden afgesloten met een toetsende opdracht die individueel moet worden uitgevoerd en waarvoor men minimaal een voldoende dient te halen.
Bij de afronding van de leergang ontvangt u een diploma.
U werkt in de Gezondheidszorg of Welzijnssector in een relevante (leidinggevende) functie. Dit laatste betekent dat u de beschikking hebt over een werkplek waar de opdrachten uitgevoerd kunnen worden. U bent in dienst van een organisatie, of werkt als zelfstandig ondernemer in de Gezondheidszorg of de Welzijnssector.
Het is niet persé noodzakelijk dat u al een leidinggevende functie heeft.
U heeft een HBO werk- of denkniveau.
Mochten de gegevens van uw inschrijving hiertoe aanleiding geven dan wordt u uitgenodigd voor een
intakegesprek.
In deze leergang worden twee typen modulen onderscheiden, kennismodulen en vaardigheidsmodulen.
In de kennismodulen ligt het accent op het verkrijgen van kennis, waarbij het oefenen van vaardigheden niet is uitgesloten.
In de vaardigheidsmodulen worden managementvaardigheden specifiek geoefend. Het benodigd theoretisch kader wordt u uiteraard aangeboden.
In deze leergang zullen in de vaardigheidsmodulen de 8 rollen van de manager uitgewerkt worden.
Als basis hiervoor wordt het “Handboek Management Vaardigheden” van Quinn e.a. gebruikt.
In deze bijeenkomst worden de uitgangspunten van de leergang operationeel management uiteengezet. Het concurrerende waardemodel van Quinn, dat tijdens de leergang centraal staat, wordt geïntroduceerd. Tevens presenteren de docenten zich. Bespreking van de eerste zelfanalyse vindt plaats.
De organisaties in de Zorg- en Welzijnssector hebben te maken met verschillende krachten en markten. Verschillende belangen moeten behartigd worden. Waaruit bestaat nu deze omgeving? wie zijn uw klanten? welke sturingsmechanismen zijn bepalend voor de organisatie? Wat is de rol van de overheid, de financiers, de klanten, wetgeving e.d.? Allemaal vragen die aan de orde zullen komen. Vanuit kansen en bedreigingen wordt de stof behandeld.
Aansluitend op de eerste module, waarin met name de externe ontwikkelingen en sturingsmechanismen zijn beschreven, wordt in deze module bekeken wat de gevolgen hiervan zijn voor de interne organisatie. Hoe reageert/acteert men (defensief, offensief)?
Op instellings- organisatieniveau worden de volgende vragen behandeld: hoe kijkt u tegen uw organisatie aan, welke structuur, communicatieprocessen en cultuur heersen er?
Enkele begrippen die hierbij een rol spelen: omgeving, regiovisie, beleidsvorming, samenwerking en strategisch management.
Een manager in de rol van bestuurder wordt geacht verwachtingen duidelijk te maken door onder meer planning en het stellen van doelen. De bestuurdersrol definieert in veel opzichten de stereotype "sterke" of "grote" leider. Hij is besluitvaardig, neemt initiatieven. Leiders die in deze rol excelleren, beschikken over visies die anderen kunnen volgen. Zij nemen de leiding en zorgen ervoor dat dingen gebeuren. Daarom worden zij als grote en sterke leiders beschouwd.
De drie belangrijkste vaardigheden van de bestuurdersrol zijn:
De tweede rol die voortkomt uit het rationele doelmodel is de producentenrol. Deze rol is een logische aanvulling op de bestuurdersrol.
De manager is zelf productief, gemotiveerd en toont inzet. Van managers in deze rol wordt ook verwacht dat ze taakgeoriënteerd zijn, zich richten op werk en grote belangstelling hebben voor de taak waar ze zelf en waar anderen mee bezig zijn.
De drie kernvaardigheden zijn hier:
In deze module worden een aantal basisbegrippen vanuit de bedrijfseconomie uitgelegd, nader gedefinieerd en met elkaar in verband gebracht. De begrippen worden gerelateerd aan actuele ontwikkelingen bij zorgaanbieders, Rijksoverheid en Zorgverzekeraars.
Vanaf 1 april 1996 is de Kwaliteitswet zorginstellingen van kracht gegaan en in november 1993 de Wet BIG. Deze beide wetten zijn van belang voor de organisatie als het gaat om de kwaliteit van het professioneel handelen en de kwaliteit van de organisatieprocessen. Ook de WGBO (Wet op de Geneeskundige Behandelings Overeenkomst) is hierbij van belang.
U maakt kennis met de volgende kwaliteitsmodellen:
Beleid, beleidsuitvoering en communicatie zijn in deze module drie belangrijke begrippen. Hoe wordt beleid geformuleerd, wat dient daar vervolgens mee te gebeuren en hoe dient beleid geconcretiseerd te worden?
Systemen in een organisatie zijn de regels en procedures waarmee het dagelijks functioneren gestuurd wordt. Een systeem kan geheel of gedeeltelijk geautomatiseerd zijn.
In de rol van coördinator is het de taak van de manager ervoor te zorgen dat de werkstroom soepel verloopt en dat activiteiten worden uitgevoerd volgens hun relatieve belangrijkheid, met een minimum aan conflicten tussen individuen, werkgroepen of werkeenheden. De coördinator moet er op toezien dat de juiste mensen, op de juiste plaats, op het juiste moment, de juiste taak verrichten.
Bij het uitoefenen van de coördinatorrol is de manager afhankelijk van drie vaardigheden, die nauw met elkaar verbonden zijn:
Deze drie vaardigheden zijn doorslaggevend voor voltooien van werk in een organisatie. Zij zijn fundamenteel voor het dagelijks functioneren van een organisatie en het behoud van haar stabiliteit en continuïteit.
In vergelijking met de andere rollen, lijkt de controleursrol de minst aantrekkelijke. De taken van een controleur kunnen echter in geen enkele organisatie worden genegeerd. De rol kan getypeerd worden als: 'weten wat er gaande is in de werkeenheid'. Controleurs letten op essentiële signalen van een werkeenheid, maar houden daarnaast ook hun eigen werk in de gaten.
De werkzaamheden van een controleur zullen aan de hand van drie kernvaardigheden worden bestudeerd:
Een aantal ontwikkelingen en instrumenten van personeelsbeleid worden uitgelegd en met elkaar in verband gebracht. Onderdelen van de module zijn: beleid ten aanzien van oudere medewerkers, arbeidsomstandigheden, functioneringsgesprek, beoordelingsgesprek, ziekteverzuim, de lerende organisatie. De arbeidsomstandigheden (ARBO) komen hier natuurlijk ook aan de orde. Daarnaast wordt het begrip de 'lerende organisatie' behandeld.
De rol van mentor kan ook de betrokken, menselijke rol genoemd worden. Deze rol duidt op een zorgzame en meelevende benadering. Bij het vervullen van deze rol luistert de manager. Hij ondersteunt rechtvaardige verzoeken, laat zijn waardering merken, geeft complimenten en eer aan wie eer toekomt. Werknemers zijn belangrijke bedrijfsmiddelen en moeten worden begrepen,
gewaardeerd en ontwikkeld. De manager helpt bij de planning van individuele ontwikkeling en zorgt voor mogelijkheden voor training en ontwikkeling van vaardigheden.
De drie vaardigheden bij deze rol zijn:
De stimulator gebruikt voor een deel dezelfde vaardigheden als de mentor, zoals luisteren, empathie en ontvankelijkheid voor de behoeften van anderen. De rol van stimulator gaat echter hoofdzakelijk over werken met groepen.
De belangrijkste vaardigheden zijn:
Marketing is de laatste jaren een steeds belangrijker begrip geworden voor managers binnen de gezondheidszorg. Krimpende budgetten, stijgende kosten en concurrentie nopen instellingen om te zoeken naar andere middelen om hun begroting en exploitatie sluitend te krijgen. De relatie tussen strategische beleidsplanning en marketing komt aan de orde en het maken van een
marketingplan.
Van de acht leiderschapsrollen is die van de innovator de boeiendste en toch minst begrepen rol. Bij de rol van innovator hoort het gebruik van creativiteit en het begeleiden van veranderingen en overgangen in de organisatie.
Op dit moment zijn veranderingen onvermijdelijk, op elk gebied. Bovendien is verandering en vernieuwing vaak zelfs wenselijk en noodzakelijk voor het functioneren, groeien en overleven van bedrijven. Aan de orde is tegenwoordig niet dat organisaties veranderingen ondergaan, maar wel hoe men met die veranderingen omgaat.
De drie sleutelvaardigheden van de innovator zijn:
Waar de innovator veranderingen en betere werkmethoden ziet, weet de bemiddelaar deze ideeën effectief te presenteren en te verkopen. In een organisatie heeft een goed idee alleen effect als duidelijk is dat uitvoering ervan voordelen heeft.
De kernvaardigheden van bemiddelaar zijn:
In deze module vindt integratie plaats van al het geleerde. U maakt een sterkte- en zwakteanalyse van de 8 managementrollen en de daarbij behorende 24 vaardigheden en stelt een ontwikkelplan voor de toekomst op. Het schrijven van een afdelingsbeleidplan is de afronding van de leergang.
De cursusprijs bedraagt € 4.925,- per persoon voor de gehele cursus. De gehele leergang (12 modulen) kunnen wij u aanbieden onder voorwaarde dat u een studiecontract ondertekent waarin u aangeeft de gehele leergang te zullen afnemen en dat u het bedrag in maximaal 4 termijnen betaalt. Dit is inclusief het “Handboek Management Vaardigheden” van R.E. Quinn e.a., het cursusmateriaal van alle modulen, koffie en thee.
U dient een beperkt aantal boeken zelf aan te schaffen [± € 90,-].Het lesmateriaal wordt via een elektronische werkomgeving aangeboden.
Daarnaast dient u een beperkt aantal boeken zelf aan te schaffen.
Ook is het mogelijk enkele losse modulen te volgen (afhankelijk van de groepssamenstelling). € 490,- per kennismodule / € 825,- per vaardigheidsmodule.
U kunt een keuze maken uit de modulen 1 t/m 11.
Deze zijn inclusief cursusmap en inclusief koffie en thee, exclusief “Handboek Management Vaardigheden” van R.E. Quinn e.a. en overige literatuur.
Prijs wijzigingen onder voorbehoud.
De leergang start op vrijdag 11 januari 2013.
Het hoofdgebouw van Saxion
Bezoekadres: Tromplaan 28, Enschede
Saxion [Enschede]
Kennistransfer Gezondheid, Welzijn en Technologie
Inhoudelijk bij mw. Hedwig Hilhorst [MHD.], coördinator van de Leergang Operationeel Management.
Telefoon: 053-4871545
E-mail: h.j.c.m.hilhorst@saxion.nl
Praktische informatie kunt u vragen bij Kennistransfer Gezondheid, Welzijn en Technologie
Telefoon: 053-4871546
E-mail: kennistransfer.mm@saxion.nl