nieuw organisatie- en bestuursmodel voor woningcorporaties.jpg

Naar een nieuw organisatie- en bestuursmodel voor woningcorporaties en de gevolgen voor de positie van bestuurders bij het creëren van waarden

PhD Onderzoek 2020-2024

PhD-kandidaat drs. Ir. Jessie van Rooij MBA MRICS (dir./bestuurder Laurentius Wonen), co-promotor dr. ing. Jan Veuger MRE FRICS (Saxion UAS) en promotor prof. dr. Wouter ten Have (Vrije Universiteit Amsterdam).

Woningbouwcorporaties worden, als hybride organisatie met een maatschappelijke optiek geconfronteerd met verschillende uitdagingen rond de woningbouw en exploitatie die om een oplossing vragen. Passen woningcorporaties de waardecreatie strategie goed toe of werkt de huidige strategie niet efficiënt en effectief genoeg? De structurele veranderingen die zich momenteel voltrekken leiden tot geheel nieuwe economische en maatschappelijke orde, deze lijken de uitdagingen alleen maar te vergroten. Als hybride organisatie heeft men te maken met een groot aantal stakeholders die invloed kunnen en willen uitoefenen. Zo zal bij de vereiste transformatie rekening gehouden moeten worden met weerstanden, niet alleen onder medewerkers en bestuurders, maar ook en vooral onder directe en indirecte toezichthouders, vanwege de huidige regelgeving, de governance en de bestaande patronen. En verwacht wordt dat vanwege verdergaande ketensamenwerking het aantal stakeholders waarmee woningbouwcorporaties te maken krijgen alleen maar toenemen.

In het licht van de veranderingen die zich momenteel voltrekken levert de toekomst mogelijk niet alleen problemen en daarmee verliezers op, maar ook kansen en dus ook winnaars. Bedrijven met een nieuw aangepast businessmodel, gebaseerd op een digitale waardecreatie strategie kunnen wellicht van de nieuwe situatie profiteren. Ze zullen vooral te vinden zijn onder nieuwkomers in de private sector. Het is daarom waarschijnlijk dat de diverse geavanceerde technologieën nieuwe marktpartijen aanmoedigen en in staat stellen zich op de huurwoningmarkt te bewegen en zich daarbij vooral te richten op de bovenkant van de corporatiedoelgroep. ‘Cherry-picking’, dat wil zeggen het afromen van het huurdersbestand waardoor de huurders met de smalste beurs overblijven, leidt in dat geval tot verdere uitholling van de positie van de corporaties. 

Ondanks de delicate positie en de uitdagingen die de herstructurering van het economisch stelsel met zich mee kan brengen, moeten de veranderingen zeker niet per definitie als zorgelijk beschouwd worden. Mogelijkerwijs zelfs het tegendeel, omdat woningcorporaties als geen andere organisatie bekwaam zijn in het intensief en langdurig samenwerken met meerdere uiteenlopende stakeholders en toezichthouders met verschillende eigen belangen. 

De centrale onderzoeksvraag is dan ook: Welk nieuw waardecreatiemodel kan worden ontwikkeld voor woningcorporaties zodat deze een mogelijkheid biedt om met hun hybride organisatiestructuur een passende antwoord te geven op de fundamentele veranderingen die plaatsvinden en op de nieuwe en toenemende behoeften van de doelgroep en de maatschappij?