• Code

    L.28133

  • Studiebelastingsuren

    112

  • Taal

    nl-NL

  • Kwartiel van uitvoering

    1, 2, 3, 4

De seminarmiddagen worden gebruikt om gastsprekers uit te nodigen die een verdieping en een verbreding kunnen geven op het vakgebied van AC, FTA en F&C. Daarnaast is er ruimte voor lezingen over actualiteiten en onderzoek.

Competenties

  • FEM Eindkwalificatie 1 Investeren en financieren
  • FEM Eindkwalificatie 2 inrichten organisatie en administratie inclusief risico’s
  • FEM Eindkwalificatie 5 Strategie en omgeving

Leerdoelen

  1. Studenten weten wat een onderneming  is.
  2. Studenten kunnen de reden dat een onderneming bestaat duiden (doel, bestaansrecht, strategie, verdienmodel)
  3. Strategie, Marketing, inrichting organisatie, optuigen processen.
  4. De student begrijpt hoe macro economische invloeden effect hebben investeringsvraagstuk.
  5. Studenten kunnen de juridische kenmerken van een eenmanszaak/personenvennootschap duiden.
  6. Studenten kunnen de keus voor de ondernemingsvorm verantwoorden.
  7. Studenten kunnen beargumenteren welke gevolgen de keuze voor de juridische vorm heeft en welke randvoorwaarden daarbij geld.
  8.  Studenten kunnen een eenmanszaak en personenvenootschap oprichten en inschrijven  in het handelsregister en kunnen de juridische regels voor de keuze van een handelsnaam toepassen.
  9. Studenten kunnen beargumenteren welke gevolgen de keuze voor de juridische vorm heeft en welke randvoorwaarden daarbij gelden en welke administratieve verplichtingen dit met zich mee brengt.
  10. Studenten kennen de belastingmiddelen die relevant zijn voor de startende ondernemer (OB, VPB, IB, LB).
  11. Studenten weten wat de reikwijdte is van de verschillende rijksbelastingen (wie is in algemene zin belastingplichtig, los van de onderneming?)
  12. Studenten kunnen toelichten welke belastingen van toepassing zijn bij verschillende ondernemingen.
  13. Studenten kennen de inhoud van het verbintenissenrecht (overeenkomsten) voor wat betreft de onderdelen die relevant zijn voor de startende ondernemer en de verbintenisrechtelijke relatie met de klant/afnemer, (totstandkoming overeenkomst, inhoud overeenkomst, algemene voorwaarden, nakoming, niet-nakoming overeenkomst).
  14. Juridische vaardigheden (zoeken in wettenbundels, systematiek wettenbundels, wetteksten kunnen lezen (ontleden in rechtsvoorwaarde en rechtsgevolg), onderdeel van didactiek: aandacht voor voldoende vocabulaire, juridisch-fiscale taalkennis.
  15. Studenten kunnen bovenstaande in een eenvoudig ondernemingsplan opstellen (schrijven) passend bij doel en doelgroep en bij de tekstuele formele eisen die het werkveld daaraan stelt. Student weet zijn standpunten en ideeën overtuigend te onderbouwen.
  16. Studenten hebben inzicht hun eigen taalvaardigheid en de taalvaardigheid die de opleiding en het werkveld van hen vereisen en kan een leerplan schrijven om het taalniveau op het gewenste niveau te brengen.
  17. Studenten kunnen beoordelen in hoeverre verkregen informatie betrouwbaar en bruikbaar is voor het ondernemingsplan (beoordeling van bronnen.
  18. Studenten reflecteren op zichzelf in het ondernemingsplan in een hoofdstuk Wie ben ik? (vanuit meerdere perspectieven en vanuit de normen & waarden: student, ondernemer, werknemer, fiscalist, econoom, accountant, ethisch etc).

Werkvorm