saxion oud

Geschiedenis

Saxion is een hogeschool die voortkwam uit het rijke onderwijsverleden van Deventer boekenstad en uit de maatschappelijke initiatieven van ondernemende Twentse textielhandelaren. Al vanaf de 13e eeuw was Deventer een bolwerk van boeken en kennis. Desiderius Erasmus was in de 15e eeuw een van de vele studenten die in de straten van de stad te vinden was. Studenten kwamen van heinde en verre, het Latijn was hun internationale voertaal. Het Athenaeum Illustre, dat in de 17e eeuw ontstond was een school voor wetenschappelijk onderwijs. Het instituut kan als verre Deventer voorloper van Saxion worden beschouwd.

In de nadagen van het Athenaeum Illustre, ontstond in Twente in 1864 de Twentse Industrie- en Handelsschool. Deze werd gefinancierd door industriëlen en handelaren uit de wereld van het Textiel. Na het ontstaan van scholen voor nijverheidsonderwijs, de Hogere Textielschool De Maere, raakte ook het technisch onderwijs in Twente in opkomst. Het Twentse onderwijs was sterk maatschappelijk geworteld. Ondernemers zorgen voor financiering, bestuur, de werving van docenten en mogelijkheden tot stages.

Zowel in Deventer als in Enschede en Hengelo breidde het onderwijsaanbod zich na de Tweede Wereldoorlog flink uit. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ontstond er een grote diversiteit aan opleidingen en nam het aantal studenten toe. Na een besturenfusie op 1 januari 1998 in de Stichting Hogescholen Oost-Nederland (HON), werd in Enschede gestart met de bouw van een stadscampus.

In het jaar 2000 kreeg de onderwijsstichting een nieuwe naam. Rijkshogeschool IJselland en de Hogeschool Enschede gingen samen verder als Saxion. In 2001 breidde de hogeschool haar onderwijsactiviteiten uit naar Apeldoorn. Vandaag de dag is Saxion een University of Applied Sciences in Oost-Nederland, waar kennis en techniek, voortkomend uit de rijke geschiedenis van de regio, meer dan ooit de basis vormen voor onderwijs en toegepast onderzoek.

Toen Desiderius Erasmus in 1478 door de straten van Deventer liep, was de Hanzestad aan de IJssel al een plek waar het draaide om kennis. Vlak bij de Latijnse School, waar Erasmus zich had ingeschreven en vier jaar onderwijs zou volgen, draaide de boekenpers van Richard Pafraet overuren. De ambitieuze Keulse drukker had zich een jaar eerder in Deventer gevestigd omdat hij voldoende afzetmogelijkheden zag voor zijn boeken. Deventer was destijds al een stad met een rijke lees- en schrijfcultuur, die mede was ontstaan door de invloed van Geert Grote en de Moderne Devoten. Het spreekt voor zich dat het onderwijs hier enorm van profiteerde. De Latijnse school was voortgekomen uit de 13e -eeuwse kapittelschool van de Lebuïnuskerk. Het instituut, dat inmiddels onder de verantwoordelijkheid van het stadsbestuur viel, had een goede naam en trok leerlingen van heinde en ver. In de straten van de stad wemelde het van de scholieren. Latijn was de voertaal bij deze Middeleeuwse vorm van internationalisering.

Het Deventer onderwijs kreeg in 1630 een nieuwe impuls met de komst van een school voor wetenschappelijk onderwijs: het Athenaeum Illustre, waar leerlingen van de Latijnse School verder konden studeren. Toen in 1811 de Universiteit van Harderwijk werd opgeheven, bezocht het Deventer stadsbestuur Koning Willem I op paleis Het Loo in Apeldoorn. Doel van de missie, die per koets werd uitgevoerd, was om de koning te vragen de wetenschappelijke boekencollectie uit Harderwijk aan de stad Deventer te gunnen. De universiteiten van Amsterdam en Leiden hadden het nakijken. Het was de Athenaeumbibliotheek die het beheer kreeg over de bijzondere boekencollectie, die daarmee ter beschikking kwam van het Deventer onderwijs. Het Athenaeum Illustre, het instituut dat als verre Deventer voorloper van Saxion beschouwd kan worden, bestond tot 1878 en werd opgevolgd door een gymnasium en een hbs.

In de nadagen van het Athenaeum Illustre werd ondertussen in Twente in 1864 de Twentse Industrie- en Handelsschool opgericht. De school was een particulier initiatief, gefinancierd door industriëlen en handelaren uit de wereld van het textiel. Vanaf 1886 werd dit de Nederlandse School voor Nijverheid en Handel, met eenjarige, driejarige en vierjarige vakopleidingen. De Wet op het Nijverheidsonderwijs (1919) legde door de totstandkoming van het middelbaar nijverheidsonderwijs de basis voor het huidige hoger beroepsonderwijs. In 1922 ging de Hogere Textielschool De Maere van start aan het Ariënsplein in Enschede en vanaf 1939 raakte ook het technisch onderwijs in Enschede in opkomst. Beide takken legden de basis voor het hbo-onderwijs in Enschede. Het onderwijs in Twente was overigens sterk maatschappelijk geworteld. Ondernemers zorgen voor financiering, bestuur, de werving van docenten en mogelijkheden tot stages.

Zowel in Deventer als in Enschede en Hengelo breidde het onderwijsaanbod zich na de Tweede Wereldoorlog flink uit. In de jaren zestig en zeventig van de vorige eeuw ontstond er een grote diversiteit aan opleidingen en nam het aantal studenten toe. De tweede helft van de jaren ’80 stond voor het onderwijs in Deventer en Twente in het teken van diverse fusies. Elk nog binnen eigen geografisch gebied. In 1986 gingen de Deventer scholen samen verder onder één naam: Hogeschool IJselland en 10 jaar later verhuisden de opleidingen naar een nieuw gebouw aan de Handelskade. Uit verschillende fusies in Twente, waaronder die van De Maere en de HTS-opleidingen in Enschede en Hengelo, was in 1989 ondertussen de Hogeschool Enschede ontstaan.

Na een besturenfusie op 1 januari 1998 in de Stichting Hogescholen Oost-Nederland (HON), werd in Enschede gestart met de bouw van een stadscampus. Dat gebeurde op historische grond, de vroegere Stadsweide, waar destijds de grote textielondernemers resideerden. In het jaar 2000 kreeg de onderwijsstichting een nieuwe naam. Rijkshogeschool IJselland en de Hogeschool Enschede gingen samen verder als Saxion. De naam verwijst naar de Saksen, een volk dat ooit Oost-Nederland bewoonde. Saxion breidde haar onderwijsactiviteiten in 2001 naar Apeldoorn uit en vestigde daar in 2016 een aantal opleidingen in het gerenoveerde pand van de voormalige Nettenfabriek, dat als industrieel erfgoed betiteld kan worden. Het verhaal van Saxion brengt ons via Boekenstad Deventer, adellijk Apeldoorn en de trotse Twentse textielondernemers naar vandaag: een University of Applied Sciences in Oost-Nederland, waar kennis en techniek, voortkomend uit de rijke geschiedenis van de regio, meer dan ooit de basis vormen voor onderwijs en toegepast onderzoek.