Onderwijseffectiviteitsonderzoek

De onderzoeksvraag: Wat zijn de opbrengstverschillen tussen vernieuwingsscholen en traditionele scholen op cognitief en niet-cognitief vlak? Wij onderzoeken dit op basis van de uitkomsten van de eerste twee metingen van het Cohort Onderzoek OnderwijsLoopbanen 5-18 (COOL5-18).

Opzet

Om de drie jaar verzamelen we in dit longitudinaal cohortonderzoek gegevens van een groot aantal scholen en leerlingen. Het doel is de ontwikkeling van kinderen tijdens hun schoolloopbanen te beschrijven en verklaren.

Bij de eerste twee metingen heeft het lectoraat de gegevens van ruim 38.000 leerlingen in het basisonderwijs en ruim 20.000 leerlingen in het voortgezet onderwijs verzameld. Circa 550 basisscholen en 300 scholen in het vo werkten hieraan mee. De toetsen en vragenlijsten zijn door ouders, leerkrachten en leerlingen ingevuld.

Kinderen tekenen

Bij de analyses wordt gekeken naar achtergrond- en instroomkenmerken en naar de taal- en rekenprestaties van leerlingen uit de eerste meting van COOL5-18 (2007/2008). Aandachtspunt hierbij is onderzoeken wat het verschil is tussen vernieuwingsscholen en traditioneel ingerichte scholen als het gaat om de effecten op zorgleerlingen. Het onderzoek bouwt deels voort op eerdere analyses die door het lectoraat gedaan zijn. Ook kan er onderzoek worden gedaan naar het effectief managen van passend onderwijs op vernieuwingsscholen door middel van netwerkbijeenkomsten voor zorgcoördinatoren.

Patrick Sins, Saxion

Dr. Patrick Sins

Lector Vernieuwingsonderwijs

06 - 4661 4492 Link