Dalton laat zien wat je in huis hebt
Organisatie

Column: Dalton laat zien wat je in huis hebt

Patrick Sins, Saxion
Dr. Patrick Sins Leestijd Minuten

Als we kijken naar hoe de situatie op daltonscholen in Nederland anno nu is, zien we dat het Plan in de huidige vorm wel erg verschilt van de basis zoals Parkhurst die voor ogen had. En dat is jammer omdat het daltononderwijs het voortouw kan nemen door zich te profileren met behulp van het oorspronkelijke Plan. En dan met name door de focus op gepersonaliseerd leren.

Het Dalton Plan van Parkhurst

Helen Parkhurst wilde met haar Dalton Plan breken met het Amerikaans onderwijs waarmee ze vertrouwd was. Het onderwijs bestond in haar tijd vooral uit frontaal klassikaal onderwijs. De leerkracht was het grootste deel van de tijd aan het woord en de leerlingen zaten stil en moeten luisteren. Er was wel een vorm van interactie met de klas, maar dat kwam nauwelijks voor. De leerkracht stelde een vraag waarop de hele klas snel en kort feiten uit de les of uit het leerboek moesten opdreunen. Parkhurst vond dit type onderwijs nauwelijks effectief om twee redenen. Ten eerste leren leerlingen op deze manier niet of nauwelijks ervaren hoe ze problemen moeten oplossen waar ze in de toekomst mee geconfronteerd worden. Kinderen worden niet goed voorbereid op het leven en werken in de samenleving als de leerkracht zich alleen maar bezighoudt met kennisoverdracht. Ten tweede moeten leerlingen in eenzelfde tempo dezelfde leerstof verwerken. Dit terwijl leerlingen sterk van elkaar verschillen. Sommige kinderen hebben meer tijd nodig om iets te leren, terwijl anderen sneller zijn met het verwerken van de leerstof.

Het doel van het oorspronkelijke Dalton Plan is het onderwijs zodanig te organiseren zodat leerlingen de verantwoordelijkheid krijgen voor het verwerken van de leerinhoud. Leerlingen moeten volgens Parkhurst op school de gelegenheid krijgen zelf te leren, op hun eigen manier en op hun eigen tempo en om het werk zelf te plannen. Dit is de uitwerking van het eerste werkprincipe van het Dalton Plan: vrijheid. Vrijheid houdt in dat leerlingen ongestoord zelf werk aannemen en in hun eigen tempo uitvoeren en daarbij zelf hun tijd indelen. Daarnaast is het van belang dat leerkrachten en leerlingen als een werkgemeenschap met en van elkaar leren. Dit betekent dat leerlingen vrij zijn om met elkaar om te gaan, rekening te houden met elkaar en samen verantwoordelijkheid te dragen voor het werk dat ze doen. Dit tweede werkprincipe van Helen Parkhurst ‘interaction of group life’, geldt ook voor het werk dat vakleerkrachten doen.

Om concreet gestalte te geven aan vrijheid en ‘interaction of group life’ worden in het Dalton Plan gewerkt met maandtaken, vaklokalen –en  leerkrachten en met overzichten die worden bijgehouden om de voortgang van leerlingen zichtbaar te maken (de ‘graphs’). De maandtaak staat voor leerlingen centraal. Hierin staat het werk beschreven wat de leerlingen de komende tijd voor dat vak zullen gaan doen. Leerlingen krijgen de gelegenheid om zelfstandig aan de taak te werken waarbij ze hun tijd zelf mogen plannen en indelen. Zo kunnen leerlingen besluiten eerst aan de slag te gaan met vakken of onderdelen waarvan ze verwachten minder tijd nodig te hebben, zodat ze meer tijd over hebben voor de moeilijkere vakken. Het werk aan de taak voeren ze uit in het desbetreffende vaklokaal waarin leerlingen van verschillende leeftijden zitten die aan hetzelfde vak werken. Verder is er een vakleerkracht aanwezig. Ondersteuning is volgens Parkhurst hierdoor optimaal, omdat leerlingen elkaar en de vakleerkracht om hulp mogen vragen als ze niet verder komen met hun werk aan de taak. Tenslotte kunnen leerlingen hun voortgang zelf bewaken, plannen en bijstellen door hun vorderingen van hun werk te visualiseren in de ‘graphs’.

En nu

Als we kijken naar hoe de situatie op daltonscholen in Nederland anno nu is, zien we dat het Plan in de huidige vorm wel erg verschilt van de basis zoals Parkhurst die voor ogen had. Op de meeste daltonscholen krijgen leerlingen tegenwoordig les in één lokaal door één leerkracht, werken leerlingen met dag- en weektaken en wordt een groot deel van de tijd besteed aan klassikale lessen. De praktijk op de meeste daltonscholen zou sub-dalton genoemd kunnen worden. Een ‘upgrade’ van het klassikale onderwijs. Bovendien verschillen daltonscholen in allerlei opzichten van elkaar: ‘dé daltonschool bestaat niet’. Het daltonconcept wordt door scholen op verschillende manieren ingevuld. Ook de uitgangspunten van dat concept zijn nu anders dan die in het Plan van Parkhurst. Daltonscholen gaan uit van de vijf kernwaarden samenwerking, vrijheid en verantwoordelijkheid, zelfstandigheid, reflectie en effectiviteit. Parkhurst ging uit van twee werkprincipes vrijheid en ‘interaction of group life’.

De keuze voor daltononderwijs is in Nederland vooral ingegeven door de roep om geïndividualiseerd onderwijs. Onderwijs inclusief maken voor leerlingen van verschillend allooi door maatwerk te bieden was het devies. Er was wel een grote maar: scholen wilden alleen binnen de eigen bestaande kaders, zeg maar routines, vernieuwen. Er moest dus gezocht worden naar onderwijsvormen die niet alleen differentiëren en individualiseren, maar die ook flexibel genoeg zijn om binnen de bestaande status quo te passen. En dan kom je uit bij het Dalton Plan.

In Nederland is het Plan aangepast aan de gevestigde praktijk. Dit betekent dat de schoolpraktijk niet is aangepast aan het Dalton Plan, maar dat het Plan is aangepast aan de bestaande praktijk. Wat was die bestaande praktijk dan? Juist, klassikaal onderwijs. Scholen en leerkrachten waren dat immers gewend. Klassikaal onderwijs moest worden gecombineerd met geïndividualiseerde instructie waarbij het Dalton Plan werd gehanteerd als een inspiratiebron. Of als toolbox. Onze huidige variant van het Dalton Plan zou je dus kunnen zien als het resultaat van het aloude Nederlandse poldermodel. En dat polderen gaat nog steeds door. Daltonscholen geven op hun eigen manier invulling aan het daltononderwijs.

Interessant is dat het oorspronkelijke Plan is ontstaan uit onvrede met het frontaal klassikale onderwijs, terwijl de Nederlandse variant klassikaal onderwijs juist als uitgangspunt heeft genomen. Nu is Dalton Plan geen ‘cast-iron-scheme’, het biedt genoeg mogelijkheden om in de praktijk te experimenteren en op basis van eigen proefnemingen en omstandigheden op de school aanpassingen te maken. Dit heeft er vast voor een groot deel aan bijgedragen dat het daltononderwijs in Nederland zo populair is. Inmiddels is een op de zeventien basisscholen in Nederland immers een daltonschool.

Een oproep voor na de zomervakantie

Het lijkt er echter wel op dat de (focus op de) daltonbasisbeginselen in toenemende mate op de achtergrond raken. In de jaren 80 volgde het reguliere onderwijs het daltononderwijs door methoden, leermaterialen en didactische procedures die bevorderend zijn voor differentiatie over te nemen. Nu lijkt het daltononderwijs al een tijd de rest van het onderwijs te volgen, door mee te bewegen met modeverschijnselen als leerlinggestuurd onderwijs, 21ste eeuwse vaardigheden, meervoudige intelligenties, brein en leren en ga zo maar door.

En dat is jammer omdat het daltononderwijs (weer) het voortouw kan nemen door zich te profileren met behulp van het oorspronkelijke Plan. En dan met name door de focus op gepersonaliseerd leren. Dalton loopt op dit vlak namelijk voorop. De vernieuwing zit al besloten in dalton en mag weer (meer) zichtbaar worden. Kortom: laat je inspireren door het beeld dat Helen Parkhust voor ogen had en laat zien wat je in huis hebt.

Deze column is een verkorte weergave van mijn hoofdstuk in het boek Perspectieven op dalton

Geraadpleegde literatuur

Berends, R. (2011). Helen Parkhurst Grondlegster van het daltononderwijs. Deventer: Saxion Dalton University Press.

Haan, D. de (2015). Schoolverbetering in het daltononderwijs (dissertatie). Rijksuniversiteit Groningen, Groningen.

Parkhurst, H. (1922). Education on the Dalton Plan. New York: E.P. Dutton & Company.

Ploeg, P. van der (2010). Daltonplan: oorsprong en theorie van het daltononderwijs. Deventer: Saxion Dalton University Press.

Ploeg, P. van der (2014). The salient history of Dalton education in the Netherlands. History of Education, 43(3), 368-386.

Ploeg, P. van der (2015). Het Dalton Plan in Nederland en de ‘grammar of schooling’. Pedagogische Studiën, 91(4), 234-249.

Sins, P.H.M. Groeneveld, K. & Otten-Binnerts, V. (2017). Eigenaarschap, Meedenken en Opdenken: Rapportage evaluatief onderzoek naar het nieuwe visitatiekader in het primair en voortgezet daltononderwijs. Deventer: Saxion Progressive Education University Press.

Zee, S. van der (2015). De effectiviteit van daltononderwijs. Deventer: Saxion Progressive Education University Press.

Patrick Sins, Saxion

Dr. Patrick Sins

Gerelateerde artikelen

beeld_column_zelfregulatie_TYF.jpg Organisatie

Zelfregulatie tijdens onderzoekend leren ondersteunen: een nieuwe manier van werken

16 oktober 2020
De vloek van kennis Organisatie

Column: de vloek van kennis

28 september 2020
Meer zelfregulatie tijdens de W&T-les Organisatie

Column: Naar meer zelfregulatie tijdens de Wetenschap & Technologie-les