Onderzoek

Criminal Investigation XD: via nanotechnologie in de forensische opsporing naar een veiligere samenleving

Max Nab Leestijd Minuten

Het slimme wattenstaafje. Een tool die vingerafdrukken ter plaatse kan dateren. Het zijn voorbeelden van technologische innovaties die lectoren Martin Bennink (Applied Nanotechnology) en Jaap Knotter (Technologies for Criminal Investigation) hebben ontwikkeld voor gebruik op de plaats delict. In het project Criminal Investigation DX, onderdeel van de Nationale Wetenschapsagenda (NWA), werken ze de komende vijf jaar aan twee nieuwe technologische innovaties. Hun ambitie reikt verder dan alleen het domein van de forensische opsporing: “We willen een directe bijdrage leveren aan het vertrouwen in onze rechtstaat en de veiligheid van onze maatschappij.”

Je zou ze ‘partners in crime’ kunnen noemen. Het is namelijk niet de eerste keer – en ongetwijfeld niet de laatste keer – dat Martin en Jaap vanuit hun lectoraten Applied Nanotechnology en Technologies for Criminal Investigation sleuteltechnologie naar de opsporingspraktijk brengen. Hoe komt het toch dat zij elkaar zo makkelijk vinden? “Toen ik in 2015 bij Saxion begon, belandde ik toevallig bij Jaap op de werkkamer”, antwoordt Martin. “Dat heeft zeker invloed gehad op onze latere samenwerking. Als je elkaar goed kent, vind je elkaar ook makkelijker.”

“We waren destijds allebei bezig met het opzetten van een lectoraat”, vult Jaap aan. “We zaten in hetzelfde vaarwater. Dan is het heel leuk als je een persoonlijke klik hebt. Maar ook die inhoudelijke klik is onmiskenbaar. Nano richt ze op het kleinst meetbare deeltjesniveau. Dé basistheorie van forensisch onderzoek is every single action leaves a trace. Je bent op zoek naar sporen, ook zo klein mogelijk. Nu zijn dat vaak nog visuele sporen, maar in onze samenwerking kijken we dieper. We richten ons op het detecteren en analyseren van sporen die voor het oog niet zichtbaar zijn.”

De vraag was heel duidelijk: is het mogelijk om binnen 10 à 15 minuten nadat je een spoor veiligstelt te weten of het spoor kan leiden tot een DNA-profiel?

Martin Bennink, lector NanoBio

Slim sporen selecteren

Zo ook in het NWA-project Criminal Investigation DX. “De eerste test die we willen ontwikkelen kun je gebruiken om te bepalen of er voldoende DNA-materiaal in een spoor aanwezig is”, vertelt penvoerder Martin. “Hier is heel duidelijk vraag naar onder rechercheurs die sporenonderzoek doen op de plaats van een misdrijf. Nu nog verzamelen zij heel veel sporen, die ze allemaal naar het forensisch laboratorium sturen. Een groot deel komt uiteindelijk terug met ‘geen resultaat als gevolg van onvoldoende DNA-materiaal’. Je kunt je voorstellen: dat kost niet alleen veel geld, maar ook veel tijd. Soms wel enkele weken. De plaats delict is dan vaak al opgedoekt, zeker als het om de publieke ruimte gaat. De vraag was dus heel duidelijk: is het mogelijk om binnen 10 à 15 minuten nadat je een spoor veiligstelt te weten of het spoor kan leiden tot een DNA-profiel?”

Wat moeten we ons voorstellen bij de test die jullie gaan ontwikkelen? “Het idee is om dat vrij simpel te maken. Vergelijkbaar met een coronazelftest. Je brengt een monster aan op het testapparaat. Aan het teststreepje zie je vervolgens of het voldoende materiaal bevat. Dat is het einddoel dat we willen bereiken.”

Het idee is om uit menselijk sporenmateriaal informatie te halen die sturing geeft aan het onderzoek ter plaatse.

Martin Bennink over de test die helpt bij selecteren van sporen

Sturende informatie ter plaatse

“De andere test is iets complexer”, gaat Martin verder. “Het idee is om uit menselijk sporenmateriaal informatie te halen die sturing geeft aan het onderzoek ter plaatse. Bijvoorbeeld, of het om een man of een vrouw gaat, wat de geografische herkomst is van een persoon en wat de bloedgroep is. Het is bedoeld om sneller en effectiever te kunnen rechercheren. Stel je voor dat je aanwijzingen hebt dat er een aantal personen betrokken is bij het misdrijf. Dan kan zo’n uitslag richting geven. ‘We zoeken een vrouw? Oké, dan vallen de mannen af.’ Het stelt de onderzoeker in staat om ter plekke sneller en accurater te handelen.” Martin benadrukt dat dit in eerste instantie gezien moet worden als een indicatie. “Niet in termen van bewijsvoering. Op de lange termijn kan dat misschien wel het geval zijn.”

Ook bij deze innovatie moeten we denken aan een testapparaat vergelijkbaar met een coronazelftest, maar dan in combinatie met een reader. “Het uitlezen is dan iets geavanceerder. Met een apparaatje van ongeveer 5 bij 10 centimeter. Deze zorgt ook voor het combineren van de gemeten waarden, die dan op de juiste manier geïnterpreteerd worden, en de gebruiker voorziet van bruikbare informatie, waarop deze kan handelen.”

Wet- en regelgeving

Dat is de technische kant van het verhaal. Bij het ontwikkelen en het ‘naar de praktijk brengen’ van deze innovaties komt veel meer kijken. Als hoofd van het lectoraat Technologies for Criminal Investigation, een samenwerking tussen de Politie Academie en Saxion, weet Jaap als geen ander wat die uitdagingen zijn: “Dan heb je straks een product dat precies aan de eisen van de eindgebruiker voldoet, maar dan ben je er nog lang niet. Als je het hebt over de toepassing, dan krijg je, zeker in opsporingsland, met wet- en regelgeving te maken. Die beperken de technische mogelijkheden.

Als je met forensisch onderzoek bewijs wil verzamelen, dan stelt de wet dat DNA-onderzoek alleen uitgevoerd mag worden door geaccrediteerd en gecertificeerd personeel, in een geaccrediteerde omgeving, met gecertificeerde analyseapparatuur. De wet heeft het niet, zoals wij, over dat het op locatie wordt gedaan, door een willekeurige politieagent. Ook is het nog maar de vraag of de devices die wij ontwikkelen in aanmerking komen voor die certificering en accreditering. Daar zitten echt nog uitdagingen.

Bijvoorbeeld, als we een relevant spoor hebben dat mogelijk van de verdachte is, dan moeten we er in ons ontwerp rekening mee houden dat de vervolgstap bewijs moet opleveren. We willen dus een soort ‘containertje’ ontwerpen, zoals Martin en ik het noemen, waar de mensen op locatie het oorspronkelijke materiaal in veiligstellen. Dat kan vervolgens door geaccrediteerd personeel in een geaccrediteerde omgeving worden onderzocht, zodat je ook die bewijsstap kan zetten.”

We moeten voorkomen dat het hier een politiestaat wordt. Dat betekent: grenzen stellen aan wat wel en niet kan.

Jaap Knotter
Jaap Knotter, lector Technologies for Criminal Investigation

‘Willen we dit als samenleving wel?’

Dan is er ook nog een ethisch vraagstuk. Jaap: “Willen we dit als samenleving wel? Zitten we er wel op te wachten dat de politie dit soort tools gebruikt, en DNA vaker en krachtiger inzet? Dan heb ik het niet over die kapitale delicten waar het nu wordt ingezet. Wanneer we het laagdrempeliger maken, kun je het ook inzetten bij veelvoorkomende criminaliteit, zoals woninginbraken en berovingen. Daarvan wordt nu maar grofweg 8 procent opgehelderd. Wij denken dat het ophelderingspercentage omhoogschiet als je DNA als middel inzet, maar waar ligt de grens?”

Volgens hem moet de samenleving daar iets van vinden. “Als je geen grenzen stelt, dan krijg je overal dat ‘Big Brother is watching you’-gevoel. We moeten voorkomen dat het hier een politiestaat wordt. Dat betekent: grenzen stellen aan wat wel en niet kan. Afspreken wie het mag gebruiken. Het moet niet voor Jan en alleman beschikbaar zijn. Nee, alleen voor mensen die weten wat ze doen, en er op een kundige manier mee omgaan. Je moet dus ook een vertaling maken naar opleiding en training.”

Tunnelvisie voorkomen

“Wat we nog niet hebben genoemd”, vult Martin aan, “is dat dit soort technologie ook de werkwijze van de forensisch onderzoekers kan veranderen. De vraag is of het op een goede manier gebeurt, of dat er wellicht meer bias ontstaat in het onderzoeksproces.”

Door tunnelvisie bijvoorbeeld. Jaap: “In de situatie die wij voor ons zien, beschik je als rechercheur veel sneller dan nu het geval is over richtinggevende informatie, waardoor je ook sneller naar een persoon toewerkt. Daar zit een risico aan vast op tunnelvisie. Ben je dan nog wel in staat om naar alternatieven te kijken? Dat moeten we heel duidelijk meenemen in de procedures. Het heeft heel duidelijk voordelen, maar ook nadelen. Indicatieve opsporing is wat dat betreft relatief nieuw in opsporingsland. Hoe adresseren we dat? Die vraag zetten we samen met onze partners centraal in één van de werkpakketten.”

De hele keten trainen

Om de innovatieve tests en bijbehorende werkmethoden goed te laten landen in de praktijk van forensische opsporing en daarbuiten, is er een uniek en multidisciplinair consortium samengesteld, waarin onder andere de volledige strafrechtketen vertegenwoordigd is. Jaap: “Niet alleen die forensisch onderzoeker op straat moet vakbekwaam zijn als het gaat om die nieuwe technologie, ook partners verderop in de keten. Dus ook het OM, het forensisch lab, de rechtelijke macht, de advocatuur. Ons project omvat ook het trainen van díe partners.”

Eén van de ideeën die we hebben, is om een true crime documentaire te maken, waarin we deze technologieën willen uitleggen, en laten zien wat ze kunnen betekenen voor de opsporing van verdachten bij misdrijven.

Jaap Knotter
Jaap Knotter over hoe ze de samenleving willen betrekken bij hun onderzoek

Maatschappelijke impact

De betrokkenheid van de strafrechtketen maakt het project bijzonder. Toch willen ze met het Criminal Investigation DX-project nóg een stap verder. “We willen het veiligheidsgevoel van de burger vergroten”, zegt Martin hierover. “Door te laten zien wat technologie in de opsporing kan doen, willen we een directe bijdrage leveren aan het vertrouwen in onze rechtstaat en de veiligheid van onze maatschappij. Dat maakt dit project wel uniek in vergelijking met andere projecten die wij doen.” 

“Het project moet echt nog opgang komen, dus daar kunnen we nog niet veel over zeggen”, antwoordt Jaap op de vraag hoe ze de samenleving erbij willen betrekken, “maar Beleef!Media is als mediapartner betrokken, en denkt hierover mee. Eén van de ideeën die we hebben, is om een true crime documentaire te maken, waarin we deze technologieën – maar wellicht ook andere –  willen uitleggen, en laten zien wat ze kunnen betekenen voor de opsporing van verdachten bij misdrijven. Zo worden ook burgers geïnformeerd, en kunnen ze hierover een mening vormen. Dat zou wel heel uniek zijn.”

“Als je die complexiteit zo hoort”, gaat Jaap verder, “dan snap je waarschijnlijk wel waarom dit een meerjarig onderzoeksprogramma is. Dit moet echt in een groot consortium. Met de volledige keten: publieke en private organisaties. Met kennisinstituten. Met elkaar. En als ik dan terugdenk aan hoe Martin en ik ooit met elkaar begonnen zijn, dan is het fantastisch dat we dit project nu samen mogen doen vanuit Saxion.”

Fotografie: Noémie Villard 
 

Partners Criminal Investigation DX

In het vijfjarig NWA-onderzoeksprogramma Criminal Investigation DX, waarvan Saxion penvoerder is, draait het om het verbeteren van de efficiëntie en effectiviteit van tactisch én forensisch onderzoek.

Aanvragers:

  • Hogeschool Saxion
  • Nederlands Forensich Instituut (NFI)
  • Universiteit Twente
  • Wageningen University & Research
  • Vrije Universiteit
  • AmsterdamUMC

Andere partners die betrokken zijn:

  • NYtor
  • Salvitat
  • Beleef!Media
  • Benchmark
  • Centrum voor Veiligheid en Digitalisering
  • Openbaar Ministerie
  • Nationale Politie
  • Politieacademie 
  • Pervatech
  • Micronit
  • Twinx
  • Novel-T
  • D’Andrea & Evers Design

Max Nab

Als redacteur vertelt Max graag sterke verhalen. Niet door te overdrijven, maar door te schrijven over mensen, gebeurtenissen of ideeën waar een zekere kracht van uitgaat. Vanuit het idee dat sterke verhalen ons compas vormen in een wereld die steeds complexer wordt.

Gerelateerde artikelen

Onderzoek

LLO-Katalysator in Twente: ‘hardlopen’ voor de energietransitie

11 juli 2024
Onderzoek

Jan Mahy neemt afscheid: verweven met de samenleving

08 juli 2024
Corporate

Saxion en Oost NL verstevigen samenwerking voor meer impact in de regio Oost-Nederland