Van ‘buy first’ naar ‘repair first’: Saxion trekt groot Europees project
Corporate

Van ‘buy first’ naar ‘repair first’: Saxion trekt groot Europees project

Laat ik mijn kapotte stofzuiger, wasmachine of laptop repareren of koop ik een nieuwe? Het is een vraag waar iedere consument mee te maken krijgt. Om de transitie naar een circulaire economie te maken, moet ‘repareren’ onze eerste reflex worden. Nu is dat nog te vaak ‘kopen’. In een groot Europees 'Interreg-project' naar levensduurverlenging van consumentenelektronica gaat een breed consortium onderzoeken wat er voor nodig is om deze norm te veranderen. Frank Stiksma, hoofdonderzoeker Circulaire Economie bij het lectoraat Regio-ontwikkeling, werkt mee aan het project en vertelt er meer over.

Eind vorig jaar kreeg hij al te horen dat het Europese project ‘Ecosystems for Extended-lifetime of End-of-Use Electrical and Electronic Equipment’ (E6) was toegekend. Maar na een rondgang langs enkele betrokken buitenlandse partners, en de feestelijke bijeenkomst van Nederlandse partners vandaag, begint het project voor Frank Stiksma nu écht te leven. Samen met projectmanager Rianne Driessen mag hij het project, waarvoor 8,1 miljoen euro beschikbaar is gesteld, in goede banen leiden.

Levensduurverlenging consumentenelektronica

Negentien organisaties uit vijf Europese landen gaan zich de komende jaren richten op levensduurverlenging van ingezamelde consumentenelektronica. Frank: “Je kent het wel: je stofzuiger, wasmachine of laptop gaat kapot. Wat doe je dan? Laat je ‘m repareren of koop je een nieuwe? Dat is geen makkelijke vraag, want op basis van welke informatie maak je een keuze? En wie kan je daarbij ondersteunen?” Volgens Frank worstelen niet alleen consumenten met die vraag, ook kringloopwinkels en afvalinzamelaars. “Hoe beoordeel je de technische, functionele en economische waarde van een afgedankt elektrisch apparaat?”

Ecosystemen

Frank stelt dat voor die levensduurverlenging van elektrische apparaten ondersteunende lokale of regionale ecosystemen nodig zijn. In Apeldoorn wordt aan zo'n ecosysteem gewerkt. Frank is hier als onderzoeker actief bij betrokken: “De gemeente Apeldoorn wil burgers meer bewust maken van de elektronica die ze in huis hebben, en de mogelijkheden die er zijn om kapotte apparaten te repareren. Nou, waar kan dat dan? Bij het Circulair Ambachtscentrum van Foenix, de lokale kringloopwinkel. Die geven op hun beurt aan: ‘We hebben veel mensen met een arbeidsmarktkans, maar hebben ondersteuning nodig bij het ontwikkelen van hun technische skills. Dus maak voor hen een flow chart hoe ze stap voor stap een apparaat kunnen diagnosticeren en repareren.”

“Circulus, de regionale inzamelaar”, gaat Frank verder, “leert ondertussen hoe je de waarde herkent van een apparaat. Als er bijvoorbeeld een wasmachine binnenkomt, dan wil je de technische, economische en ecologische waarde herkennen. ‘Is er markt voor? Doet de machine het nog?’ Dat soort vragen. Zo vormen de gemeentelijke overheid, de inzamelaar en een reparateur een ecosysteem gericht op levensduurverlenging van elektrische appraten. Dat is de gedachte.”

Praktijkgerichte oplossingen

In het E6-project worden vergelijkbare oplossingen ontwikkeld, en in pilots samen met verschillende belanghebbenden getest: van kringloopwinkels tot afvalinzamelaars en van reparatiebedrijven tot burgers. Frank: “Dit gebeurt in zes regio’s verspreid over Noordwest-Europa. Er wordt samengewerkt met partijen uit België, Frankrijk, Duitsland, Ierland en Nederland. In Nederland zijn Circulus, Foenix en de gemeenten Apeldoorn en Den Haag onderdeel van dit consortium.”

Europese samenwerking

Wat is de waarde van die samenwerking op Europees niveau? Frank: “We leven in een ‘wegwerpmaatschappij’. Ondanks de transitie naar een circulaire economie, is het consumeren met 28 procent toegenomen. Om hier iets aan te doen willen overheden krachtige ecosystemen bouwen die helpen om burgers wakker te maken en aan het repareren te krijgen. Maar hoe je dat handen en voeten geeft, daar is nog helemaal niet zoveel over bekend. Per regio of stad spelen daarnaast andere vragen. Dan kom ik op die meerwaarde van de internationale samenwerkingen: we gaan in meerdere settingen onderzoeken welke innovatie er in die ecosystemen nodig is, waarbij we kunnen samenwerken en vergelijken: wat werkt wel en wat werkt niet.”

Gereedschapsbibliotheek

Is hij bij de partners in Europa al innovaties tegengekomen die hem geïnspireerd hebben? Frank: “Ik ben veel in Leuven geweest. Daar zie je burgerinitiatieven, zoals Maakbaar Leuven. Vanuit de ‘citizens journey-gedachte’ – ik ben een burger, ik ben thuis, mijn stofzuiger is kapot; help, wat kan ik doen? – zijn ze daar reparatiediensten aan het bouwen, om die burger vroegtijdig met zijn knelpunt te helpen. Een initiatief in Mechelen, hangt hier heel mooi mee samen: daar hebben ze een ‘gereedschapsbibliotheek’. Hier kun je als burger de spullen lenen die je nodig hebt om een apparaat te repareren. Dat vind ik zo tof!”

Reparatie-voucher

“Met onze Belgische partners ben ik ook naar Frankrijk geweest,” gaat Frank verder, “en wat mij daar inspireerde: vanuit de uitgebreide ‘producentenverantwoordelijkheid’ moeten producenten geld storten in een pot. En als jij je schoenen of stofzuiger wil repareren, dan krijg je uit dat fonds een vergoeding. Die ‘reparatie-voucher-gedachte’ vind ik een heel boeiende. Welke positieve stimulansen kun je burgers geven om te repareren?”

‘Heet thema’

Het kan niemand ontgaan zijn: het thema waar Frank zich mee bezighoudt is urgent en actueel. Afgelopen week besteedde EenVandaag nog aandacht aan de verschillende ontwikkelingen die er zijn op het gebied van recycling van elektronica en kleding; van een extra ‘belasting’ van 1 euro op producten om de recyclingkosten te dekken in Nederland, tot een fast fashion-boete die kan oplopen tot 10 euro per kledingstuk in Frankrijk.

Frank reageert: “We zitten inderdaad op een heel heet thema. Om je heen zie je steeds meer initiatieven die ons moeten stimuleren om op een verantwoorde manier met onze spullen om te gaan. Zodat we als samenleving meer gaan repareren en langer met onze spullen doen. In dat licht moet je ons onderzoek ook zien. Nu is de mindset nog heel erg buy first, maar die gaan we veranderen naar repair first. Als je stofzuiger stuk gaat, heb je nu nog de neiging om een nieuwe te kopen. De nieuwe neiging moet – eigenlijk net als bij auto’s – zijn dat je je telefoon laat repareren. Ons hele project is erop gericht om daar door het ontwikkelen van een ‘service hub’ de gunstige voorwaarden voor neer te zetten.”

Meer over het E6-project

Voor het meerjarige project ‘Ecosystems for Extended-lifetime of End-of-Use Electrical and Electronic Equipment’ is 8,1 miljoen euro beschikbaar gesteld door het Europese subsidiefonds ‘Interreg North-West Europe’ (NWE).

Naast Saxion als lead partner, zijn de volgende projectpartners betrokken:

  • Gemeente Apeldoorn
  • Syndicat Mixte Ouvert Nièvre numérique
  • European Regions Network for the Application of Communications Technology
  • Institut für Betriebsführung im deutschen Handwerksinstitut e.V.
  • Gemeente Den Haag
  • Nevers Agglomération
  • Maakbaar Leuven vzw
  • Volkswirtschaftliches Institut für Mittelstand und Handwerk an der Universität Göttingen e.V.
  • Údarás na Gaeltachta
  • Circulus
  • Thomas More Mechelen-Antwerpen 
  • Stadt Aachen
  • Foenix Kringloop en Re-integratie
  • Repair&Share vzw
  • Vlaams instituut voor technologisch onderzoek
  • Comhairle Ceantar na nOileán CTR
  • Vzw ViTeS
  • Aachener Stadtbetrieb

Max Nab

Als redacteur vertelt Max graag sterke verhalen. Niet door te overdrijven, maar door te schrijven over mensen, gebeurtenissen of ideeën waar een zekere kracht van uitgaat. Vanuit het idee dat sterke verhalen ons compas vormen in een wereld die steeds complexer wordt.

Gerelateerde artikelen

Onderwijs

Op weg naar bloeiende bestemmingen: Yvonne van Klaarbergen is docent Destinatiemarketing én reisblogger

16 juli 2024
Onderzoek

Datavisualisatie: geen droge grafiek, maar een droge achtertuin

18 juni 2024
Onderzoek

Harrie van Bommel over vier jaar Fieldlab CIM: een ode aan het interdisciplinaire werken