reageerbuisjes in een lab
Ervaring

Waarom Marco Akkermans vanuit Limburg naar Saxion reisde om zijn master te halen

Met plezier reisde Saxion-student Marco Akkermans (50) de afgelopen twee jaar elke twee weken vanuit Limburg naar Twente om de deeltijd-master Health Care & Social Work te volgen.

De studie sloot zo goed aan op wat ik in de praktijk nodig had, dat de reistijd voor mij van ondergeschikt belang was.

Marco Akkermans
Marco Akkermans, oud-student

Marco is als biometrist verbonden aan Ciro Horn, een revalidatiecentrum voor patiënten met long- en hartfalen dat in het Limburgse kerkdorp onder de rook van Roermond ligt. “Ik mag daar leiding en begeleiding geven aan een team van 15 professionals dat bestaat uit biometristen, longfunctielaboranten, radiodiagnostisch laboranten en klinisch-chemisch laboratoriummedewerkers. Als één van de vijf gespecialiseerde centra in ons land bedienen we een brede regio. De patiënten met complexe problematiek begeleiden we bij ons in Horn, anderen bieden we ondersteuning op afstand, via een samenwerkingsverband met regionale ziekenhuizen.”

Hoe kwam je ertoe om als zorgprofessional een hbo-master te gaan volgen?

“Ooit ben ik, via een duale studie, naast mijn werk in het vakgebied van de Biometrie gestapt. Vervolgens ben ik in de rol van teamleider terecht gekomen. Ik merk dat de technologische ontwikkelingen in de zorg hard gaan. Als biometrist word ik daar natuurlijk ook mee geconfronteerd. Ik zag niet alleen een uitdaging voor mijzelf, maar vond ook dat onze organisatie een verdiepingsslag verdiende op dit terrein. Ik wilde een breder begrip en draagvlak creëren voor hoe wij als Ciro Horn de komende jaren met nieuwe technologie in de zorg om kunnen gaan.”

Waarom koos je voor de master Health Care & Social Work bij Saxion?

“Na het vergelijken van een aantal masters zat ik uiteindelijk met mijn Top 5-lijstje bij onze Raad van Bestuur om samen tot een goede keuze te komen. Landelijk is het aanbod goed, maar er zijn inhoudelijke verschillen. Saxion sprong er voor ons uit omdat deze master de technologische ontwikkelingen juist in de  brede maatschappelijke context van de zorg plaatst. Hoe heeft de zorg zich ontwikkeld, waar staan we nu in Nederland en vooral: waar gaan we naartoe? Als biometrist hield ik de afgelopen jaren de internationale vakliteratuur over meetmethodieken bij, maar daarbij focuste ik vooral op de specifieke details van mijn vakgebied. Ik ben iemand die heel erg op zorg gericht is en ik was me ervan bewust dat ik daarmee in de dagelijkse praktijk een tunnelvisie opgebouwd zou kunnen hebben. De master gaf me juist de kans om alles in een bredere context te zien.”

Dus ging je twee jaar geleden met goede moed op weg naar Enschede?

“Ja, vooraf kreeg ik, net als mijn medestudenten, de gelegenheid in een assessment een aantal persoonlijke vragen te bespreken. De informatie vooraf was uitgebreid. Ik had het gevoel dat ik goed geïnformeerd en heel bewust het mastertraject ben aangegaan. Het was prettig om met een groep zeer gemotiveerde studenten, die allemaal al in het werkveld zaten, op te trekken. Ieder bracht zijn achtergrond en specifieke kennis mee. Het was verfrissend om samen met social workers en gespecialiseerde verpleegkundigen college te krijgen, in kleine groepen te discussiëren en aan opdrachten te werken. Ook hadden we een fysiotherapeut en een zelfstandig beleidsmedewerker in ons midden. Als je vanuit al die vakgebieden in gesprek gaat, leer je van elkaars invalshoeken en ervaring. In praktische zin heb ik ervaren dat de master goed te plannen is, als je in het tweede jaar, samen met je begeleider vlot tot een goede afbakening en doelstelling komt.”

Voldeed de inhoud van de master aan je verwachtingen?

“Ja. Ik heb met heel veel plezier de colleges over de zorg in Nederland gevolgd. Ook vond ik de directe toepasbaarheid van een aantal vakken sterk. Je kunt voor je eigen instelling direct aan de slag met onderwerpen die van belang zijn. Dat zag ik ook bij mijn medestudenten. Iedereen kon wel iets in gang zetten bij zijn werkgever. Dat varieerde van video-consulting tot het ontwerpen van een internetportal. Ook de praktische handvatten voor het schrijven van een beleidsplan waren nuttig. We hoeven niet allemaal zelf technisch aan de knoppen te kunnen zitten, maar kunnen wel de brug slaan tussen het management dat moet afwegen en beslissen, de technici die iets moeten creëren en de collega’s of patiënten die met bepaalde technische toepassingen moeten werken. Hoe houd je rekening met iedereen en hoe krijg je iedereen mee?”  

Het zit er bijna op voor je! En nu?

“Afgelopen week heb ik gehoord dat mijn thesis positief is beoordeeld en begin juli mag ik hem verdedigen. Mijn onderzoek richtte zich op de invloed van kortademigheid en vermoeidheid op fysieke activiteit bij patiënten met longaandoeningen. Vermoeidheid is vaak nog een onderbelicht onderdeel, vergeleken bij kortademigheid. Binnen onze organisatie kan ik na mijn afstuderen een aantal zaken oppakken. Als bijna-master heb ik nu gezien over welke onderwerpen ik straks met onze Raad van Bestuur in gesprek kan. Dat hebben we elkaar al beloofd. We kunnen onderwerpen anders aanpakken dan we in het verleden hebben gedaan. Ik ben daar niet uniek in. Dit gaan mijn mede-masterstudenten straks in hun eigen organisatie ook meemaken.”