Column differentiatie
Organisatie

Column: Over differentiatie: ongelijke behandeling is soms nodig

Patrick Sins, Saxion
Dr. Patrick Sins Leestijd Minuten

Differentiatie betekent omgaan met verschillen tussen leerlingen in de klas. En die verschillen zijn op sommige gebieden enorm. Hoe stem je als leraar je onderwijs hierop af zodat alle leerlingen zich optimaal kunnen ontwikkelen? In deze bijdrage laat ik aan de hand van onderzoek zien dat alleen het indelen van leerlingen in niveaugroepen niet effectief is. Om alle leerlingen te bedienen is het nodig dat ze 'ongelijk' worden behandeld. Dat betekent dat je als leraar weet wat je doet, voor wie, hoe en waarom.

Laat ik voor de verandering eens beginnen met de conclusie. Effectief differentiëren betekent dat leerlingen ongelijk worden behandeld op grond van kennis die de leraar heeft over relevante verschillen. Die ongelijke behandeling houdt in dat leerlingen verschillende instructie ontvangen, ongelijk de leerstof verwerken of in een ongelijk tempo de leerstof verwerken. De leerlingen indelen in niveaugroepen is niet genoeg. De mogelijke positieve of negatieve effecten hiervan hangen namelijk af van hoe je als leraar verschillen tussen leerlingen begrijpt en weet welke instructie of begeleiding nodig is. 

Omgaan met verschillen

Toen mijn zoon in groep 3 zat hielp ik als leesvader een groepje van zijn klasgenoten met lezen. Ik vond het geweldig om getuige te zijn van een proces dat zich in een betrekkelijk korte tijd voltrekt en waar leerlingen voor de rest van hun leven van profiteren. Er gaat een hele nieuwe wereld voor ze open en ik mocht daarbij zijn. Werkelijk fantastisch. 

Tijdens het lezen viel het me op dat de verschillen in leesvaardigheid in mijn groepje groot waren. Terwijl sommige leerlingen zich woord voor woord door de tekst heen ploeterden, lazen groepsgenoten al probleemloos hele zinnen. Dit had uiteraard zijn weerslag op de motivatie van de kinderen. De leerlingen die moeite hadden met lezen moest ik vaak extra motiveren om het nog eens te proberen - soms liepen ze gewoon weg omdat ze er geen zin meer in hadden. De sterke lezertjes gaven aan het allemaal te makkelijk te vinden en sommigen verveelden zich als het in hun optiek niet snel genoeg ging. Eentje ging zelfs onder de tafel liggen. 

Verschillen zijn er. Een studie van Roel Bosker laat bijvoorbeeld zien dat er op het gebied van taal halverwege het basisonderwijs een verschil van ruim vier schooljaren is tussen de top tien procent presterende leerlingen en de onderste tien procent presterende leerlingen. Hoe om te gaan met deze aanzienlijke verschillen tussen leerlingen in de klas? Afstemmen op verschillen door differentiatie is noodzakelijk, maar valt in de praktijk niet mee. Wim van de Grift stelt op basis van zijn onderzoek: "Nog niet de helft van de leraren in het voortgezette onderwijs en een krappe meerderheid van leraren in het basisonderwijs slaagt erin hun onderwijs goed af te stemmen op verschillen tussen hun leerlingen".  Er valt dus nog een hoop winst te behalen. 

Differentiëren door niveaugroepen: effectief?

De meest voorkomende differentiatievorm in het basisonderwijs is het werken met niveaugroepen. Dit betekent dat leerlingen worden ingedeeld in homogeen samengestelde groepjes op basis van hun leerprestatie. In deze groepjes gaan leerlingen samen met kinderen van hetzelfde niveau aan het werk of krijgen instructie. Vaak worden er in de klas drie groepen gevormd. Als niveaugroepen in de klas worden gehanteerd als middel om te differentiëren, weten we op basis van onderzoek dat dit de verschillen in de klas vergroot. Zo beschrijven Marjolein Deunk en haar collega's bij het GION van de Rijksuniversiteit Groningen in hun systematische review een aantal recente studies waaruit blijkt dat het vooral de hoogpresteerders zijn die profijt hebben van niveaugroepen. De effecten van het gebruik van niveaugroepen zijn voor laagpresteerders zelf negatief. Deze leerlingen scoorden beter op de leertoets wanneer ze niet in een niveaugroep hadden gewerkt. 

Er zijn meer vormen om te differentiëren, zoals vakniveaudifferentiatie en 'streaming'. Streaming is het homogeen groeperen van leerlingen in aparte klassen op grond van min of meer gelijke prestaties. Maar ook hier laat het onderzoek van Deunk zien dat de effecten op de leerprestaties van (bepaalde groepen) leerlingen negatief is. Volgens de onderzoekers is "grouping alone not enough". De effecten van groeperen zijn namelijk afhankelijk van hoe de leraar verschillen tussen leerlingen begrijpt en weet welke instructie of begeleiding nodig is. Groeperen is pas effectief, volgens het onderzoek van Deunk, als het wordt gecombineerd met een gevarieerd en doordacht instructie- en begeleidingsrepertoire. Dit betekent dat leerlingen ook echt ongelijk behandeld worden (lees: afgestemde instructie en begeleiding krijgen) op grond van kennis die de leraar heeft over relevante verschillen. Kortom: weet wat je als leraar doet, voor wie, hoe en waarom.

Effectief waartoe?

Er zijn ook andere manieren om te differentiëren dan het indelen van leerlingen. Zo is het ook mogelijk om leerlingen in hun eigen tempo aan opdrachten te laten werken. Helaas is er nog geen onderzoek bekend waarin is gekeken naar de effecten van deze differentiatievorm waarin de instructie op het niveau van de individuele leerlingen wordt afgestemd. Daarnaast is het de vraag aan welke effecten je als leraar belang hecht. 

Tot nog toe heb ik het alleen nog maar gehad over de effecten van differentiatie op de leerprestatie van leerlingen. Maar de gevolgen van bijvoorbeeld het werken met niveaugroepen op het socialisatieproces en op de persoonsvorming van leerlingen dienen ook te worden overwogen. Leidt het werken met niveaugroepen juist niet af van het idee van de klas als leergemeenschap? Waarin kinderen met en van elkaar leren (socialisatie)? En als we in ons onderwijs willen bijdragen aan "het in de wereld komen" van vrije en unieke individuen" (persoonsvorming), hoe draagt differentiëren dan hieraan bij?

Het is aan de leraar die werkzaam is in het vernieuwingsonderwijs zich hierop te bezinnen en na te gaan waartoe differentiatie wordt ingezet en op welke manier(en) dat concreet vorm krijgt in de les. 

Geraadpleegde literatuur:

Biesta, G. (2015). Het prachtige risico van onderwijs. Culemborg: Uitgeverij Phronese.

Bosker, R. (2005). De grenzen van gedifferentieerd onderwijs. Groningen: Universiteit van Groningen.

Deunk, M., Doolaard, S., Smale-Jacobse, A. & Bosker, R.J. (2015). Differentiation within and across classrooms: A systematic review of studies into the cognitive effects of differentiation practices. Groningen: GION onderwijs/onderzoek. 

Lou, Y., Abrami, P.C., Spence, J.C., Poulsen, C. Chambers, B. & d'Appolonia, S. (1996). Within-class grouping: a meta-analysis. Review of Educational Research, 66(4), 423-458.

Slavin, R.E. (1987). Ability grouping and student achievement in elementary schools: A best-evidence synthesis. Review of Educational Research, 57(3), 293-336.

Slavin, R.E., Lake, C., Chambers, B., Cheung, A., & Davis, S. (2009). Effective beginning reading programs: A best-evidence synthesis. Baltimore: Best Evidence Encyclopedia.

Van de Grift, W.J.C.M. (2010). Ontwikkeling in de beroepsvaardigheden van leraren. Groningen: Rijksuniversiteit Groningen.  

Patrick Sins, Saxion

Dr. Patrick Sins

Gerelateerde artikelen

Praktijkboek Bèta en technologie in het burgerschapsonderwijs Organisatie

Praktijkboek Bèta en technologie in burgerschapsonderwijs

11 november 2019
Zelfsturend leren begeleiden Organisatie

Zelfsturend leren begeleiden: ben jij Koning Eland of haas?

6 november 2019
Oui nide iou Organisatie

Montessorileerkrachten gezocht