Lectoraat Vernieuwend Onderwijs pleit voor vertraging en waarschuwt voor verplichte ‘evidence’ in opiniebijdrage in De Volkskrant
Het lectoraat Vernieuwend Onderwijs presenteerde maandag 13 april, de tweede editie van de Staat van het Vernieuwingsonderwijs.
In deze publicatie pleit het lectoraat Vernieuwend Onderwijs voor vertraging en pedagogische ruimte in het onderwijs. In het verlengde daarvan waarschuwt lector Symen van der Zee in een recent verschenen opiniebijdrage voor het wettelijk afdwingen van ‘evidence-informed werken’. De publicatie is tot stand gekomen in samenwerking met de Nederlandse Dalton Vereniging, de Nederlandse Montessori Vereniging, de Nederlandse Jenaplan Vereniging, de Vereniging van vrijescholen en de Vereniging voor Freinetpedagogie. Net als de jaarlijkse Staat van het Onderwijs van de Inspectie biedt deze editie een aanvullend perspectief op onderwijskwaliteit.
Toenemende druk op effectiviteit en efficiëntie
Het thema van de editie van 2026 is ‘vertragen in tijden van effectiviteit en efficiëntie’. Volgens de auteurs staat het onderwijs onder toenemende druk om sneller, efficiënter en aantoonbaar beter te presteren. Leeropbrengsten worden gemeten, prestaties vergeleken en scholen worden afgerekend op hun rendement. Maar onderwijs is geen economische transactie. Wie eenzijdig op efficiëntie stuurt, dreigt een essentieel pedagogisch element te verliezen. Onderwijs is namelijk ook de plek waar jongeren leren samenleven, omgaan met verschillen en ontdekken wie zij zelf willen zijn. Dat vergt tijd: om te oefenen, te twijfelen, fouten te maken, gesprekken te voeren en ervaringen op te doen. Juist die tijd staat onder druk. In het voortgezet onderwijs ervaart bijna de helft van de leerlingen stress door schoolwerk en een kwart emotionele problemen. In het basisonderwijs meldt ruim een vijfde van de leerlingen gedrags- of emotionele problemen. Ook leraren voelen de druk: 39% noemt hun werk zeer stressvol.
"Goed onderwijs laat zich niet reduceren tot wat meetbaar en efficiënt is. Als we onderwijs te veel benaderen als een productieproces, raken we uit het oog waar het in de kern om draait: de ontwikkeling van mensen."
Pedagogische ruimte onder druk
Een samenleving die van scholen vraagt leerlingen voor te bereiden op een complexe, snel veranderende wereld, kan zich geen smal onderwijs veroorloven. Juist in tijden van globalisering, digitalisering en polarisatie hebben jongeren plekken nodig waar ze leren nadenken, samenwerken en verantwoordelijkheid nemen. Dat vraagt om onderwijs dat ruimte biedt voor ontmoeting, reflectie en gemeenschapsvorming. Vertragen betekent niet dat prestaties er niet toe doen. Natuurlijk moeten leerlingen goed leren lezen, schrijven en rekenen. Maar vertragen betekent erkennen dat niet alles wat waardevol is in onderwijs zich laat versnellen of optimaliseren. Morele ontwikkeling, vertrouwen en gemeenschapszin ontstaan juist wanneer er tijd is voor aandacht en relatie.
Onderwijs als maatschappelijke opdracht
Scholen die vanuit pedagogische tradities werken, zoals de vernieuwingsscholen dat doen, laten zien dat zo’n benadering mogelijk is. Zij proberen onderwijs zo te organiseren dat leerlingen kennis opdoen, maar ook ervaren wat het betekent om deel uit te maken van een gemeenschap. De Staat van het Vernieuwingsonderwijs laat zien dat bij zulke praktijken efficiëntie niet het uitgangspunt is, maar brede persoonswording centraal staat. De publicatie bundelt onderzoek, praktijkverhalen en essays van verschillende denkers en onderwijsprofessionals.
Samen schetsen zij een breder perspectief op onderwijskwaliteit, waarin efficiëntie niet het uitgangspunt is, maar onderdeel van een grotere pedagogische opdracht. Met deze tweede editie willen de initiatiefnemers het publieke debat verbreden. De vraag zou niet alleen moeten zijn hoe onderwijs sneller en effectiever kan worden, maar ook wat we precies willen dat onderwijs mogelijk maakt. Welke waarden staan centraal? Welke ervaringen willen we leerlingen meegeven? En mag dat tijd kosten? Goed onderwijs vereist ook het vermogen om weerstand te bieden aan de logica van voortdurende versnelling. Niet alles wat telt, laat zich meten, en niet alles wat geleerd moet worden, kan haast hebben. Het gaat om balans en het vinden van een pedagogisch ritme dat brede persoonswording mogelijk maakt.