Pien over Forensische Zorg: ‘Je past de theorie echt toe in de praktijk’
Toen Pien (20) begon aan de associate degree Forensische Zorg, had ze een vrij duidelijk beeld van het werkveld: gevangenissen, beveiliging en mensen die een delict hebben gepleegd. Tijdens haar stage kwam ze erachter dat het in de praktijk anders ligt. “Het gaat juist heel erg om het gesprek met de patiënt. Je probeert te begrijpen waarom iemand iets heeft gedaan en hoe je diegene kunt begeleiden.”
Over de opleiding Forensische Zorg
De associate degree Forensische Zorg is een tweejarige voltijdopleiding in Apeldoorn. Je leert mensen met onbegrepen of risicovol gedrag begeleiden en werkt op het snijvlak van gezondheid, welzijn en veiligheid. Tijdens de opleiding doe je veel praktijkervaring op en loop je twee dagen per week stage. Zo ontdek je al tijdens je studie welk deel van het werkveld bij je past. Meer weten over de opleiding Forensische Zorg?
Eerst geneeskunde, daarna rechten
Dat Pien uiteindelijk voor Forensische Zorg koos, lag niet meteen voor de hand. Ze wilde eerst geneeskunde studeren, maar werd twee keer uitgeloot. Ze begon aan de studie HBO-Rechten. Vooral strafrecht vond ze interessant. Toch miste ze iets. “Het was voor mij te theoretisch.”
Dus ging ze opnieuw kijken. Politiewerk vond ze interessant, maar ook de zorg trok haar. Bij de opleiding Ad Forensische Zorg kwam dat voor haar samen. “Je hebt het forensische deel, maar ook echt het werken met mensen. En ik vind het wel leuk als er wat hectiek in een werkveld zit.”
Ze kwam de opleiding tegen toen ze zich eigenlijk oriënteerde op Forensisch Onderzoek. Tijdens een open dag sprak ze iemand die later een van haar docenten bleek te zijn. Het gesprek maakte haar enthousiast, maar helemaal zeker wist ze het nog niet. Pien zat namelijk bij de eerste lichting studenten van de opleiding. Er waren dus nog geen ouderejaarsstudenten aan wie ze kon vragen hoe de studie beviel. “Van een student hoor je toch in andere woorden hoe een opleiding echt is. Dat miste ik wel. Maar uiteindelijk hield het me niet tegen.”
Iedereen is anders. Je leert ziektebeelden herkennen en ziet ook wat je vanuit de opleiding bij iemand kunt toepassen.
‘De eerste dag dacht ik echt: wat is dit?’
Ook haar beeld van forensische zorg veranderde snel. Pien verwachtte vooraf dat beveiliging een grote rol zou spelen. Tijdens haar stage bleek dat maar een deel van het verhaal. “De eerste dag dacht ik echt: wat is dit? Het was heel anders dan ik had verwacht.”
Pien loopt stage bij Veldzicht, waar ze werkt in de rol van sociotherapeut. In haar eerste jaar stond ze op een crisisafdeling. Nu werkt ze op een afdeling met onder andere persoonlijkheidsproblematiek. Daar begeleidt ze patiënten in het dagelijks leven en voert ze veel gesprekken. Juist dat contact vindt ze steeds interessanter. “Iedereen is anders. Je leert ziektebeelden herkennen en ziet ook wat je vanuit de opleiding bij iemand kunt toepassen.”
Ze merkte tijdens haar stage bovendien dat er niet één soort forensische zorg bestaat. De ene plek is intensiever dan de andere en ook het beveiligingsniveau verschilt. Daardoor kun je tijdens je stage ontdekken welke omgeving bij je past.
Leren door het meteen te doen
Voor Pien zit de kracht van de opleiding vooral in de combinatie van school en stage. Wat ze tijdens de lessen leert, komt ze in de praktijk weer tegen. Dat merkte ze bijvoorbeeld bij gespreksvoering. In het begin stelde ze veel gesloten vragen en keek ze eerst de kat uit de boom. Op school leerde ze beter wanneer je open vragen stelt, wanneer juist niet en hoe je verder kunt doorvragen.
Later kreeg ze tijdens haar stage steeds meer verantwoordelijkheid. Zo werd ze mentor van een patiënt. In een gesprek moest ze op een bepaald moment duidelijk haar grens aangeven. “Toen dacht ik: nu ga je echt je ding doen. Je staat sterk in je schoenen en past de theorie toe. Toen wist ik weer waarom ik dit op school leer.”
Je leert sterker in je schoenen te staan en wordt zekerder over wat je kunt.
Ook ontdekken hoe je zelf reageert
Niet alleen patiënten en ziektebeelden komen aan bod. Pien leert tijdens de opleiding ook veel over zichzelf. Tijdens een les oefende ze bijvoorbeeld een gesprek met een trainingsacteur die agressief gedrag liet zien. Ze merkte dat ze anders reageerde dan ze vooraf van zichzelf had verwacht. “Ik denk dat ik beter heb geleerd wanneer ik iets kan zeggen. Je leert sterker in je schoenen te staan en wordt zekerder over wat je kunt.”
Die ontwikkeling merkt ze ook op haar stage. In het begin begreep ze niet altijd waarom collega's bepaalde keuzes maakten. Naarmate ze meer leerde, vielen steeds meer dingen op hun plek.
En haar interesse verschoof. Vooraf sprak vooral het spannende karakter van het werk haar aan. Nu vindt ze juist het contact met patiënten en de begeleiding het interessantst.
Misschien toch geen geneeskunde
Na de associate degree wilde Pien eigenlijk nog steeds geneeskunde gaan studeren. Inmiddels weet ze dat niet meer zo zeker. Het werkveld blijkt haar veel beter te bevallen dan ze vooraf had gedacht. Daarom kijkt ze nu ook naar mogelijkheden om verder te studeren in de richting van psychologie. “Ik vind het werkveld echt superleuk. De opleiding heeft me zo verrast dat ik nu denk: misschien wil ik hier wel verder in.”
Voor studenten die de opleiding interessant vinden, maar twijfelen of forensische zorg niet te heftig is, heeft ze vooral één advies: kijk wat bij jou past. “Je kunt het zo heftig maken als je zelf wilt. Vind je iets spannend, dan zijn er mensen die met je meedenken. En van de stages leer je heel veel.”