Lector Jens Oelerich: ‘Textiel verbindt ons’
Groen, functioneel en digitaal. Dat is hoe de transitie van de textielindustrie volgens lector Jens Oelerich moet worden vormgegeven. In zijn lectorale rede legt hij uit hoe hogescholen hieraan kunnen bijdragen. “Ik hoop dat wij hier in de regio – vooral door onze activiteiten met startups en mkb’ers – een textielindustrie kunnen creëren die inspeelt op de nieuwe uitdagingen die er zijn.”
We ontmoeten elkaar in een zonnige ruimte in het hoofdgebouw van Saxion Enschede. Jens Oelerich hangt zijn jas over een stoel. Het lijkt misschien een onbeduidende handeling, maar voor de lector Sustainable & Functional Textiles gaat het om een jas met betekenis. Het is een kledingstuk dat symbool staat voor zijn steeds sterkere band met textiel als veelzijdig materiaal, maar ook voor de duurzame kijk die Jens inmiddels heeft.
“Mijn jas hier,” vertelt hij, “die is nu dertien jaar oud, net zo ‘oud’ als mijn carrière bij Saxion. Het is niet de duurzaamste jas om te produceren, maar wel een jas die gewoon goed blijft. Duurzaamheid gaat niet alleen over de materialen waarvan iets gemaakt is, maar ook over hoelang iets meegaat. Ik denk dat ik deze jas al meer dan duizend dagen heb gedragen. Als je dan de impact die de productie van dit kledingstuk had deelt door die duizend dagen, dan is de milieu-impact per dag vrij gering.”
Jens Oelerich in een van de 'textiellabs' van Saxion.
De chemie van textiel
Hoewel de carrière van Jens als Saxion-medewerker dertien jaar geleden begon, gaat zijn band met de hogeschool nog verder terug. Ruim twintig jaar geleden kwam hij – nadat hij op zijn Duitse middelbare school had gehoord over de mogelijkheid om in Nederland te studeren – naar Enschede voor de studie Chemie. Tijdens een taalcursus leerde hij zijn vrouw kennen, en uiteindelijk besloten ze samen om in Nederland te blijven.
Zijn masterstudie volgde Jens in Groningen, waar hij vervolgens ook een promotietraject doorliep. Toen hij bijna mocht promoveren, zag hij een vacature voorbij komen van het Saxion-lectoraat dat toen nog Smart Functional Materials heette. “Daar keken ze naar het ontwikkelen van een chemisch recyclingproces voor katoen, en dat trok mij heel erg aan. Want zo kon ik mijn chemische kennis verbinden met toegepast onderzoek, en daarbij ook nog eens samenwerken met bedrijven.”
Jens solliciteerde en kreeg een baan als onderzoeker. Hij wist nog niet exact wat hij zich allemaal moest voorstellen bij een lectoraat of de transitie van de textielindustrie, maar dat zou zeker veranderen. “Daar ben ik de afgelopen dertien jaar echt in gegroeid, in mijn kennis van de textielindustrie. Textiel als vak is multidisciplinair; je hebt uiteenlopende kennis nodig, vooral ook vanuit de chemie. Veel textielprocessen zijn immers chémische processen, en alle textielvezels bestaan uit natuurlijke of synthetische polymeren. Chemische kennis is essentieel om hun eigenschappen te begrijpen en ze gericht te kunnen manipuleren.”
Textiel is best een bijzonder product. Dat wordt tegenwoordig vaak vergeten, omdat het overal en heel goedkoop beschikbaar is.
Textielverleden
De productie van textiel staat al sinds de Industriële revolutie op gespannen voet met duurzaamheid. In die vroeg-industriële jaren leefden de inwoners van Enschede onder de rook van textielfabrieken, die naast werkgelegenheid ook voor veel vervuiling zorgden. De stank die destijds opsteeg vanuit de beken van de stad, moet op warme dagen ondraaglijk zijn geweest.
Wel was er – mede door de lokale productie – toen nog meer een besef van de moeite die het kost om textiel te maken. Jens: “Textiel is best een bijzonder product. Dat wordt tegenwoordig vaak vergeten, omdat het overal en heel goedkoop beschikbaar is. Het heeft wel vijfhonderd jaar geduurd voordat de weefsels of breisels die we dragen genoeg waren uitontwikkeld om ze in massa te kunnen produceren.”
Hedendaagse massa
In zijn lectorale rede ‘spint’ Jens een draad vanuit het rijke textielverleden van Twente naar het nu en de toekomst van de industrie. Veel van de uitdagingen die hij daarbij signaleert, hebben te maken met de massa waarin we inmiddels produceren. Immers: massa zorgt voor een grote vraag naar grondstoffen, maar ook voor vervuiling, eindeloze reststromen en de toenemende behoefte om materialen opnieuw in te kunnen zetten. “Nu gaat het vooral om een groene en een digitale uitdaging.”
Met name die groene uitdaging staat weer haaks op wat we zien in de hedendaagse ultra fast fashion. Veel mensen bestellen – al dan niet bewust – hun kleding online in Azië, waar hun bestellingen gemaakt worden en in kleine pakketjes over de grens worden gebracht. “Het kan veel goedkoper daar, omdat het in grote hoeveelheden geproduceerd wordt. Maar hier krijgen we vervolgens het materiaalprobleem, want de gebruikte textielmaterialen zijn meestal niet van de beste kwaliteit. Ze gaan niet lang mee, waardoor er enorme afvalbergen ontstaan die we weg moeten zien te werken.”
De micro factory is dan een begrip waar we naar kijken. Vanuit de vraag of we kleinschalige textielproducten custom made kunnen produceren.
Digitaal en functioneel
De ultra fast fashion heeft zich zeker digitaal gezien razendsnel ontwikkeld, met slimme online marketing, op gebruikers afgestemde webshops en efficiënte bestelprocessen. In het licht van duurzaamheid heeft deze digitale optimalisatie tegelijkertijd dus een uiterst negatieve impact.
Het lectoraat Sustainable & Functional Textiles laat liever zien dat digitalisering ook heel goed kan samengaan met een vorm van functionaliteit die zorgt voor ‘waardecreatie’. Zo wordt er samen met de Hogeschool van Amsterdam gekeken naar een ‘Digital Product Passport (DPP) for Circular Denim’. De volledige supply chain van iets als een spijkerbroek wordt in zo’n digitaal paspoort in kaart gebracht. Dit met hulp van praktijkpartner MUD Jeans, een marktleider in circulair denim. Vervolgens helpt een digitaal paspoort een bedrijf als MUD Jeans weer om te voldoen aan alle EU-regelgeving in het kader van duurzaamheidsrapportage.
Steeds meer kijkt Sustainable & Functional Textiles door deze functionele, op toegevoegde waarde gerichte bril. Zo kijkt het lectoraat bijvoorbeeld hoe geleidende garens en coatings in textiel kunnen worden geïntegreerd, wat het meten van lichaamssignalen mogelijk maakt. Dit leidde al tot een Wearable Breathing Trainer voor kinderen met ademhalingsproblemen. Een ander voorbeeld, het RAAK-mkb-project ReMat, laat zien hoe functionaliteit kan worden toegevoegd door een slimme samenstelling en constructie van textiel. De matrassen en matrashoezen die in dit project voor de zorgsector werden ontwikkeld, zijn 100% circulair en veel comfortabeler voor patiënten. Verder is het lectoraat bijvoorbeeld betrokken bij de ontwikkeling van een artificieel hart, waarvoor meerlaags, gebreid textiel de basis vormt. In dit project, Holland Hybrid Heart, wordt tegelijkertijd gekeken naar de certificering van materialen en productieprocessen.
Lokaal en strategisch
Het zijn voorbeelden die bewijzen dat functionele oplossingen met een rol voor textiel hier prima kunnen worden ontwikkeld. Maar hoe zit dat als we in bredere zin kijken naar de textielindustrie in Nederland en Europa, waar steeds meer belang wordt gehecht aan circulariteit?
Als het gaat over het streven om textielmaterialen ‘in de kringloop te houden’, dan is het volgens Jens niet nodig om de volledige productieketen voor textiel terug naar Europa te halen. Wel gelooft hij in kleinere, lokale oplossingen en innovaties gericht op waardecreatie. “De micro factory is dan een begrip waar we naar kijken. Vanuit de vraag of we kleinschalige textielproducten custom made kunnen produceren.”
Daarnaast wil het lectoraat kijken hoe ze vanuit Saxion en de regio kunnen bijdragen aan een industrie die wereldwijd schoner is; met nieuwe materialen en groene processen. Gelet op Europa, benadrukt Jens dat textiel in talloze essentiële onderdelen van strategisch belang is. Bijvoorbeeld voor defensie, de bouwsector of onze infrastructuur. Ook voor de zorgsector zijn er tal van producten waarin textiel wordt verwerkt, bijvoorbeeld in iets alledaags maar ook essentieels als een mondkapje.
We werken nu met ROC van Twente en de UT aan een concept dat we Textile Academy Twente noemen.
Textile Academy Twente
Om zowel de digitaliseringskant als de vergroeningskant van de ‘textieltransitie’ succesvol te kunnen doorlopen, werkt Sustainable & Functional Textiles veel samen met onderzoeksnetwerk NewTexEco en het European Technology Platform For Textiles. Dit laatste platform helpt ook bij de organisatie van het symposium dat parallel aan Jens’ lectorale rede plaatsvindt. Binnen het Europese netwerk is veel onderzoek gedaan naar wat de komende jaren de grootste uitdagingen zijn voor de textielindustrie. Waarbij het aan de ene kant dus gaat over circulariteit en alles wat met verduurzaming heeft te maken, en aan de andere kant over alles met betrekking tot digitalisering, automatisering en robotisering.
Bij al deze uitdagingen ziet Jens Sustainable & Functional Textiles als een ‘verbinder’. “Dat is het leuke aan een hogeschool, daar zit je echt tussen het onderwijs, de industrie en het onderzoek in. En ook tussen de universiteit en het mbo. We werken nu met ROC van Twente en de UT aan een concept dat we Textile Academy Twente noemen. Een masteropleiding hebben we al bij Saxion, Innovative Textile Development, en dat geldt ook voor een bacheloropleiding: Fashion & Textile Technologies. Met het ROC kijken we hoe we onze kennis kunnen gebruiken voor het meer productiegerichte werk in de textielindustrie. En met de UT kijken we of we samen een derde cyclus van trajecten kunnen aanbieden, zoals een PD of PhD, want in Nederland kun je nu nergens meer een dergelijk traject op het gebied van technisch textiel doorlopen.”
Derde lijn
Je zou zeggen dat je alleen al met de oprichting van de Textile Academy Twente fulltime bezig kan zijn. Maar Jens blijft honderduit vertellen over uiteenlopende deeluitdagingen, zoals het herkennen van de materiaalsoorten waaruit kledingstukken bestaan, het voldoen aan alle nieuwe textiel gerelateerde wet- en regelgeving vanuit de EU, en het behouden van textielkennis voor toekomstige generaties.
Als er één ding duidelijk wordt, dan is het wel dat de wereld van textiel uitermate veelzijdig is. “Er liggen ook super interessante vraagstukken op het vlak van chemische en digitale data-analyse van textiel. Bij ons project FiberFact gaat het bijvoorbeeld om analysetechnologieën voor gerecyclede materialen in textielproducten. We denken dat daar zelfs genoeg uitdagingen achter zitten voor misschien nog een derde onderzoekslijn.”
Samenwerken met Sustainable & Functional Textiles
Jan Mahy, de voorganger van lector Jens Oelerich, zorgde onder andere met zijn bijdrage aan het samenwerkingsverband TexpPlus al voor een stevig ‘textielnetwerk’ in Twente. En nog steeds staat samenwerking voor het lectoraat centraal.
Jens: “Bijvoorbeeld met een partner als Enschede Textielstad, daar maken ze duurzame weefsels op een unieke en innovatieve manier. We werken met Enschede Textielstad samen om het volledige potentieel van hun machines ook echt te benutten. Ook werken we met startups die vanuit ons lectoraat zijn ontstaan, zoals SaXcell en Textile Fiber Boost. Om zo nieuwe materialen op de markt te brengen die duurzaam en functioneel zijn. We hopen dat er meer van dit soort initiatieven ontstaan, van waaruit we aan een nieuwe textielindustrie kunnen bouwen.”
Ga voor meer informatie of samenwerkingsmogelijkheden naar de lectoraatpagina.
Fotografie en video: Thomas Busschers