Dermadoser: betere zalfdosering, minder complicaties
Mensen met eczeem hebben vaak moeite om hun aandoening met de juiste hoeveelheid zalf te behandelen, wat weer kan leiden tot allerlei complicaties. Aanleiding genoeg om de theoretische kennis over de behandeling van huidaandoeningen en de praktische kennis van het lectoraat Industrial Design bij elkaar te brengen. Onderzoeker Wouter Weijermars: “Tanja Vogel, dermatoloog bij het MST, vroeg of we iets konden ontwikkelen wat de dosering van zalf betrouwbaarder maakt.”
Sommige titels vatten het ‘verhaal’ al goed samen. Dat dit ook geldt voor het project Dermadoser, kan Wouter Weijermars meteen aan het begin van ons gesprek bevestigen. Waar ‘derma’ verwijst naar het Griekse woord voor huid, verwijst ‘doser’ naar dosering. Het is letterlijk wat Dermadoser nastreeft: de ontwikkeling van een soort hulpstuk waarmee de juiste hoeveelheid zalf op de huid kan worden aangebracht.
Toch schuilt er nog een heel verhaal achter de technische kant van dit project. Maar allereerst: is het momenteel dan een probleem om voor de juiste zalfdosering te zorgen? Wouter vertelt over de zogenaamde fingertip unit (FTU), een methode die circa veertig jaar geleden is ontwikkeld. Hoewel fingertip unit misschien klinkt als een fysiek product, gaat het eigenlijk gewoon om een aanduiding voor een gewenste dosering. Oftewel: één FTU komt overeen met één ‘streepje’ zalf op een vingertopje. Wouter: “Wat je ziet in de praktijk, is dat zo'n FTU uitkomt tussen de 0,3 en 1,8 gram. Dat is voor een beetje zalf een wereld van verschil.”
Onderzoeker Wouter Weijermars van het lectoraat Industrial Design.
Pioneers in HealthCare
Hoe dat verschil ontstaat? Simpel gezegd heeft niet iedereen dezelfde vingers, en dat zorgt dus voor de door Wouter genoemde foutmarge. Het gaat daarbij niet alleen om grote vingers of kleine vingers, maar bijvoorbeeld ook om mensen met een achterliggende aandoening als obesitas; het zijn allemaal factoren die kunnen zorgen voor een inaccurate toepassing van een fingertip unit.
De gevolgen van een verkeerde dosering zalf – zeker als het gaat om de behandeling van eczeem – kunnen groot zijn. Daarmee komen we bij de belangrijkste aanleiding voor het project Dermadoser. Tijdens een matchingsessie van het innovatiefonds Pioneers in HealthCare, raakte Wouter in gesprek met Tanja Vogel, dermatoloog bij het Medisch Spectrum Twente (MST). Tanja, die de impact van eczeem op de levens van patiënten dagelijks meemaakt, stelde de vraag of Saxion iets kon ontwikkelen wat de dosering van zalf betrouwbaarder en beter reproduceerbaar maakt.
Dermatoloog Tanja Vogel van Medisch Spectrum Twente.
Onderdosering
Ze was bij Wouter, die gewend is om bij het lectoraat Industrial Design in concrete oplossingen te denken, aan het juiste adres. Op zijn beurt leerde hij van Tanja welke gevolgen een ‘onderdosering’ bijvoorbeeld kan hebben. “Wanneer je te weinig doseert, dan verdwijnen je klachten ook niet. Soms wordt dan besloten om over te stappen op een zwaardere zalf, zoals een corticosteroïde crème. Dat soort crèmes hebben vier klassen. Het liefst begin je ‘laag’, want hoe hoger de klasse, hoe meer er ook van het middel wordt opgenomen in je bloed; dat wil je eigenlijk niet. En als je echt niet van je aandoening afkomt, dan kunnen zelfs onderdrukkende middelen worden voorgeschreven die oraal moeten worden toegediend.”
Eczeem veroorzaakt extreme jeuk en hevige pijn, en kan tot permanent littekenweefsel leiden. Dit brede spectrum aan fysieke klachten kan ook gepaard gaan met mentale klachten; samen zorgt dit ervoor zorgt dat onder alle eczeempatiënten ongeveer 60% te maken krijgt met gemiddeld een maand uitval per jaar, bijvoorbeeld op het werk of op school. “Dat zou voor een heel groot deel door die onderdosering kunnen komen. Want als je er vroeg bij bent en je doseert in de juiste hoeveelheid, dan zou je de klachten zelfs kunnen verhelpen.”
Wat we eigenlijk willen, is een universeel toepasbaar opzetstuk maken voor de tube zalf. Waarbij je met de juiste instelling kunt bepalen hoeveel zalf eruit gaat komen.
Opzetstuk
Wat wil Dermadoser dan precies beter doen? “Wat we eigenlijk willen, is een universeel toepasbaar opzetstuk maken voor de tube zalf. Waarbij je met de juiste instelling kunt bepalen hoeveel zalf eruit gaat komen. Aan de voorkant moet goed onderzocht worden hoe je die eczeem nou het best kunt behandelen; hoeveel gram per vierkante centimeter aangedane huid er bijvoorbeeld nodig is. Dat deel van het onderzoek vindt plaats bij het MST. Parallel kun je dat onderzoek dan vertalen naar hoeveel gram zo'n Dermadoser moet doseren.”
Naast het MST en Saxion, behoren ook het Deventer Ziekenhuis, ZGT en de Universiteit Twente tot het consortium van Dermadoser. “Wat we binnen dit consortium ook willen, is een focusgroep samenstellen waarmee we de eisen en wensen ophalen. Wat moet zo'n Dermadoser nou precies doen? Vervolgens, als we concreet iets ontwikkeld hebben, willen we dat ook weer terugleggen bij die focusgroep. Om te vragen of ze snappen hoe het werkt, en of het intuïtief is. Maar ook om te kijken of de nieuwe methode betrouwbaar en reproduceerbaar is.”
Hiermee hoop ik dat de Dermadoser, door de combinatie van klinische expertise en praktische input, een waardevol product wordt voor iedereen met een chronische huidziekte, en dat we deze tool uiteindelijk in de landelijke richtlijnen kunnen implementeren.
Samen effectiever
De nauwe samenwerking met regionale ziekenhuizen maakt nieuwsgierig. Als we Tanja Vogel later benaderen, vragen we haar op welke manier het MST patiënten bij het project wil betrekken. Ze geeft aan dat ze in eerste instantie het werkelijke probleem beter in kaart wil brengen. Dit door te kijken wat ‘voorschrijvers’ – artsen en apothekers – aan patiënten vertellen, en hoeveel zalf die patiënten smeren. Daarnaast is het idee om met interviews en co-creatiesessies input bij patiënten op te halen over hun smeergedrag. Waarom smeren ze bijvoorbeeld te dun? En hoe is het nou echt om die zalf te moeten smeren?
Wat Tanja vanuit haar perspectief belangrijk vindt, is dat Dermadoser een product wordt voor iedereen die een ‘topicale behandeling’ krijgt, zoals mensen met eczeem of psoriasis. Om voor hen tot een passend eindresultaat te komen, is het essentieel om het product samen met patiënten, artsen en apothekers te ontwikkelen. Tanja: “Voor patiënten hopen we dat de behandeling met zalven makkelijker en effectiever wordt; meer uniform door een simpele tool, waarbij de uitleg door zorgverleners eenduidig is. Ook hopen we dat patiënten uiteindelijk minder zware medicijnen, die van binnenuit het afweersysteem onderdrukken, nodig hebben.”
Verder is het dus de hoop dat Dermadoser meer kennis oplevert over de hoeveelheid medicatie die voor een goed effect moet worden aangebracht. Hierdoor zouden patiënten meer regie over hun eigen aandoening moeten krijgen. Bij dit alles wordt de samenwerking binnen het consortium ook door Tanja als een groot voordeel gezien. “Ik heb Wouter benaderd omdat Saxion een sterke affiniteit met Medtech heeft, maar ook juist de praktische issues kan analyseren. Hiermee hoop ik dat de Dermadoser, door de combinatie van klinische expertise en praktische input, een waardevol product wordt voor iedereen met een chronische huidziekte, en dat we deze tool uiteindelijk in de landelijke richtlijnen kunnen implementeren.”
Op naar een prototype
Vanuit de patiënt gezien is het vooral zaak dat Dermadoser op de langere termijn gaat bijdragen aan een korter behandeltraject, met minder tussentijdse ‘opvlammingen’. Op dit moment zijn Wouter en projectgenoten nog bezig met de eerste meters. Er is kennisgemaakt binnen het consortium, en de tijdlijn is uitgestippeld. Mooi nieuwtje: een afstudeerder van de opleiding Industrieel Product Ontwerp gaat het project ondersteunen. Wouter: “Dat is een hele mooi afstudeeropdracht, waar alles in zit. Je hebt een connectie met een stakeholder, met een gebruiker, maar je bent dus ook bezig met de ontwikkeling van het ontwerp zelf. Naast die student zal een onderzoeker staan, die begeleidt en het afstudeerwerk gebruikt om het product door te ontwikkelen.”
Vooruitblikkend op de latere fases van het project, raken we aan de praat over het Fablab. Want was dat niet de plek waar je bij Industrial Design terechtkunt voor het 3D-printen van een prototype? Die gedachte blijkt helemaal niet zo gek te zijn. Mocht er later dit jaar een echte Dermadoser uit de printers van het Fablab gaan rollen, dan zal Wouter ons zeker een seintje geven.
Fotografie: Thomas Busschers