Ines Schell-Kiehl geïnstalleerd als lector Inclusief Werk & Technologie: barrières op de arbeidsmarkt doorbreken
In Nederland is grote behoefte aan arbeidskracht. Toch staat verreweg het grootste deel van mensen met een ondersteuningsbehoefte aan de zijlijn. Ines Schell-Kiehl spreekt liever van ‘mensen met een participatiebarrière’. Want waarom is werk voor hen niet bereikbaar? En hoe buigen we dat om? Vanmiddag houdt Ines haar lectorale rede ‘Inclusie Werkt: sociaal – maatschappelijk - technologisch’ en wordt zij officieel geïnstalleerd als lector Inclusief Werk & Technologie: “We hoeven mensen met hun talenten, ervaring en motivatie niet aan de kant te laten staan. Er is veel mogelijk, maar dat vraagt om een systeemverandering.”
In Nederland zijn er slechts zes L.INT-lectoren en daar is Ines Schell-Kiehl er één van. Al twee jaar is ze lector Inclusief Werk & Technologie, in een gecombineerde functie voor Saxion en het Verwey-Jonker Instituut. L.INT staat dan ook voor ‘Lectoraat bij Instituten’. Met haar lectoraat verbindt Ines een landelijk kennisinstituut met een hogeschool waar praktijkgericht onderzoek plaatsvindt. Precies zoals het vanuit NWO bedoeld is. Na dertien jaar bij Saxion als docent en onderzoeker en ruim twee jaar bij het Verwey-Jonker Instituut kwamen voor Ines beide sporen twee jaar geleden bijeen en kon ze haar haar onderzoek naar de rol van technologie voor arbeidsparticipatie in haar functie als coördinerend L.INT-lector voortzetten. Een onderwerp dat enorme maatschappelijke relevantie heeft, omdat de meeste Nederlandse werkgevers amper de brug weten te slaan naar doelgroepen die een barrière tot de arbeidsmarkt ervaren. Dat kunnen mensen zijn met chronische ziekte, fysieke of mentale beperkingen, of juist met een andere culturele achtergrond. Tegelijkertijd brengen zij talent, ervaring en motivatie mee om een waardevolle rol op de werkvloer te vervullen. Toch blijft grootschalige participatie uit. Waar ligt de oplossing?
Stagnatie tegengaan
“Het intrigeert me dat mensen met een participatiebarrière het zo moeilijk hebben om toegang te krijgen tot de arbeidsmarkt en dat hun situatie al decennialang nauwelijks verbetert,” vertelt Ines Schell-Kiehl daags voor haar lectorale rede. “Werkgevers geven aan dat ze er iets mee willen, dat ze mensen nodig hebben. Gemeenten proberen in allerlei regionale verbanden samen te werken. Toch stagneert het nog steeds. We leven in een post-digitale maatschappij. Dat betekent dat we digitale technologie in elk aspect van ons leven terugvinden. Ook op de werkvloer. Maar de komst van technologie heeft bestaande uitsluitingsmechanismes in bedrijven en organisaties niet opgelost: wat vroeger gebeurde, vindt nog steeds plaats. De digitale wereld heeft het voor de meeste mensen uit deze doelgroep nog niet eenvoudiger gemaakt om stappen te zetten in het arbeidsproces.”
Ines Schell-Kiehl: "de komst van technologie heeft bestaande uitsluitingsmechanismes in bedrijven en organisaties niet opgelost: wat vroeger gebeurde, vindt nog steeds plaats. De digitale wereld heeft het voor de meeste mensen uit deze doelgroep nog niet eenvoudiger gemaakt om stappen te zetten in het arbeidsproces."
Nieuwe vormen van werk ontwikkelen
In haar lectoraat richt Ines zich met onderzoek dan ook op de vragen hoe je mensen met technologie kunt behouden in het werkproces of toe kunt leiden naar regulier werk. Samen nieuwe vormen van werk ontwikkelen, onder andere met hulp van AI, is een vervolgstap. In ieder geval is het doel dat mensen duurzaam aan het werk kunnen blijven. De afgelopen twee jaar startte het L.INT-lectoraat 25 onderzoeksprojecten, waarvan de eerste inmiddels zijn afgerond. Daarbij werden niet alleen de kansen voor inclusieve technologie maar ook systemische veranderingen op de arbeidsmarkt onderzocht, legt Ines uit. “Bij technologische oplossingen gaat het nog te vaak over de inzet van losse tools om een zogenaamd tekort bij iemand te compenseren. Spraakgestuurde software of exoskeletten kunnen zeker een verschil maken, maar bieden nog niet de gewenste verandering die we in Nederland op grote schaal nodig hebben. Werkgevers ervaren te veel praktische en administratieve drempels om voorwaarden te scheppen medewerkers met een fysieke beperking aan te nemen.”
Sociale context veranderen
Op het gebied van inclusieve technologie wordt er steeds meer mogelijk om daadwerkelijke deelname te faciliteren. Wie onvoldoende Nederlands spreekt, kan baat hebben bij vertaaloortjes, om korte boodschappen uit te wisselen op de werkvloer. Zonder dat daar een smartphone met een vertaal-app aan te pas hoeft te komen. Wie slechthorend is, kan met een zogenaamde Speaksee de inhoud van een vergadering volgen. Via een kastje dat om de nek hangt, wordt de uitgesproken tekst van de overige aanwezigen direct uitgeschreven. “We hebben voorbeelden waar dat goed werkt en technologie echt voor inclusie zorgt, maar ook situaties waarin deelnemers aan de vergadertafel door elkaar blijven praten omdat men denkt dat het probleem inmiddels door technologie opgelost is. En dan lukt het niet. Technologische tools zijn niet genoeg. Ook in de sociale context van het werk moet iets gebeuren,” aldus Ines.
Bij technologische oplossingen gaat het nog te vaak over de inzet van losse tools om een zogenaamd tekort bij iemand te compenseren.
Duurzame inclusie
Voor het veranderen van die sociale context is nog onvoldoende kennis om echt tot duurzame inclusie te komen. “Eén van onze onderzoekers start een promotietraject om te onderzoeken hoe de inzet van technologie op de werkvloer daadwerkelijk uitpakt. Tools kunnen met alle goede bedoelingen worden ingezet, maar in de praktijk kan het effect averechts zijn. Wie door een lichamelijke beperking met een exoskelet werkt, kan ook het gevoel krijgen extra hard te moeten werken of zwaar te moeten tillen, omdat er immers gebruik wordt gemaakt van een hulpmiddel. Het is dus ook belangrijk hoe de werkgever aankijkt tegen werknemers die op de werkvloer met uitdagingen te maken hebben. Als je je blik verbreedt, en je de gehele sociale context meeneemt, heb je het pas echt over integrale innovatie.”
Perspectiefwissel
Technologie hoeft niet altijd aan de werknemerskant ingezet te worden. Juist aan de zijde van werkgevers kan het een rol spelen om de stap te verkleinen mensen met een participatiebarrière daadwerkelijk aan te nemen. “In onze samenwerking met ZonMW en het Saxion XR-lab hebben we een training ontwikkeld die een werkgever het perspectief van de werknemer laat zien. Niet alleen met VR-bril, maar met een complete training. Daarbij leren werkgevers wat het betekent om bijvoorbeeld iemand aan te nemen die aan een chronische ziekte lijdt of een burn-out heeft. De training helpt het stigma rond deze onderwerpen weg te nemen of in ieder geval bespreekbaar te maken. Daarmee zetten we technologie niet in om iets te compenseren, maar om een perspectiefwissel te bewerkstelligen. Zo leert een werkgever niet naar de beperkingen, maar juist naar het talent van een potentiële werknemer te kijken. En wat er juist wel kan. Dit onderzoek hebben we recent afgerond, in samenwerking met een groot aantal studenten en een reïntegratiebedrijf. Met een vervolgproject willen we de training nog beter in de praktijk laten landen.”
Ines Schell-Kiehl: "Het is ook belangrijk hoe de werkgever aankijkt tegen werknemers die op de werkvloer met uitdagingen te maken hebben. Als je je blik verbreedt, en je de gehele sociale context meeneemt, heb je het pas echt over integrale innovatie."
Werkaanbod verbreden
Technologie verandert de toekomst van werk. Mede door de komst van AI is het nog niet altijd duidelijk wat de consequenties voor banen en sectoren zijn. Is het voor mensen met een participatiebarrière nog moeilijker om in de toekomst aansluiting te vinden, of ontstaan er juist nieuwe kansen? “Met de UT werken we aan het project Duurzaam Digitaal Werk. Daarin onderzoeken we met leerwerkbedrijven hoe AI mogelijkheden creëert het werk op een nieuwe manier in te richten; een digitale werkbank. Dat moet mensen uit de doelgroepen in staat te stellen op een andere manier te werken. Bij sociale werkplaatsen denken we vaak aan inpak- of assemblagewerk, maar AI kan er voor zorgen dat werknemers zich kunnen specialiseren in administratieve taken. Denk aan grote hoeveelheden werk bij het ontsluiten van collecties of data van musea, onderzoeksinstellingen en archieven: werk dat niet aan lagelonenlanden hoeft te worden uitbesteed en juist bijdraagt aan de ontsluiting van hoogwaardige gegevens voor de ontwikkeling van AI en de data-soevereniteit binnen de EU. Medewerkers van werkleerbedrijven kunnen zich in bepaalde taken specialiseren en een belangrijke rol spelen bij dit werk. Het verbreedt bovendien hun takenpakket en doet een breder beroep op hun ambities en talenten.”
Praktijkoplossingen
Het is slechts een dwarsdoorsnede uit het grote aantal onderzoeksprojecten van het lectoraat Inclusief Werk & Technologie. In haar lectorale rede reflecteert Ines op het thema ‘Inclusie Werkt – sociaal – maatschappelijk – technologisch'. “Mij fascineert wat werk voor mensen betekent. Ook mensen met een participatiebarrière willen graag waardig en duurzaam werken, bijdragen aan de samenleving en serieus genomen worden, net als ieder ander. In de praktijk blijkt dat vaak lastig. Ondanks de wettelijke verplichtingen, de politieke inspanningen, de personeelstekorten en de motivatie van werkgevers en de mensen zelf, bestaan er op alle maatschappelijke niveaus nog steeds aanzienlijke belemmeringen. Maar als we stelselmatig bepaalde doelgroepen buitensluiten van iets waar zij, behalve een financiële beloning, voldoening en betekenis uit halen, dan werkt dat contraproductief voor de hele maatschappij.”
Ook mensen met een participatiebarrière willen graag waardig en duurzaam werken, bijdragen aan de samenleving en serieus genomen worden, net als ieder ander.
Wél aan de slag
Ines is er van overtuigd dat we ook het talent, de ervaring en het perspectief nodig hebben van mensen die nu nog aan de zijlijn staan. Individueel kan deze groep meestal niet veel aan deze situatie veranderen. “Vaak ligt het niet aan gezondheidsklachten of de taal die iemand spreekt dat hij niet mee kan doen. Meestal ligt het aan hoe de processen in Nederland zijn ingericht. Juist vanuit systeemkennis en het hanteren van een sociaal-ecologisch perspectief kun je op verschillende lagen beter zicht op mogelijke barrières krijgen. Daarmee kun je processen zó inrichten dat mensen wél aan de slag kunnen.”
Goede ondersteuning
Volgens Ines is het belangrijk werkgevers goed te ondersteunen. Dat schept voorwaarden waarmee zij veel meer werknemers willen en kunnen aannemen. Tot nu toe zijn het vaak dezelfde werkgevers die er wel in slagen, concludeert ze. “In een aangepast arbeidsmarktsysteem kunnen zij de vinger op de zere plek leggen, door aan te geven waar het ingewikkeld wordt en anderen al zijn afgehaakt. Als we die kennis gebruiken en omzetten naar praktijkoplossingen, komen we samen een stap verder. Arbeidsparticipatie loopt als thema door mijn carrière. Het blijft een taai vraagstuk, waarvoor nog steeds gezocht wordt naar oplossingen. Daarom fascineert dit thema me zo. Met ons onderzoek hoop ik dat we de komende jaren een stevige bijdrage aan dit wicked problem kunnen leveren.”
Dr. Ines Schell-Kiehl studeerde 'Erziehungswissenschaften' aan de Universiteit Dortmund en pedagogiek in aan de universiteiten Leiden en Amsterdam. Na haar afstuderen werkte zij als onderzoeker 'Wirtschaftspädagogik / Betriebliche Aus- und Weiterbildung' en vervolgens als onderzoeker en universitair docent 'Erwachsenenbildung / Bildungsberatung' aan de Universiteit Duisburg-Essen. Haar proefschrift Mentoring: Lernen aus Erfahrung? Biographisches Lernen im Kontext gesellschaftlicher Transformationsprozesse‘ rondde zij in 2006 af.
Van 2008 tot 2021 werkte Ines bij Saxion. In eerste instantie als docent binnen de Duitstalige deeltijdopleiding Social Work. Sinds 2009 was ze verbonden aan de Master Health Care & Social Work. Als onderzoeker werkte Ines binnen Saxion van 2009 – 2011 bij het lectoraat innovatief en effectief onderwijs. Sinds 2010 werkte zij bovendien bij het lectoraat Social Work (destijds Community Care & Youth). In 2021 stapte Ines volledig over naar het Verwey-Jonker Instituut, waaraan zij reeds als onderzoeker verbonden was. In haar huidige functie als lector Inclusief Werk & Technologie verbindt zij via het L.INT-programma het onderzoek van het Verwey-Jonker Instituut met dat van Saxion.
Fotografie: Thomas Busschers - Dienst Marketing Communicatie