Onderzoek

Hoe zorg je dat technische studenten niet uitvallen?

Het is een gegeven: niet iedere student die aan een opleiding begint rondt deze ook af. Een onderzoek, specifiek gericht op enkele technische hbo-opleidingen, moest meer duidelijkheid scheppen over oorzaken en oplossingen. In gesprek met Tjark Huizinga en Jana Reil, twee onderzoekers die zelf ook voor de klas staan. “Uitval komt niet door één ding. Het komt door meerdere dingen die elkaar versterken, als een sneeuwbaleffect.”

De roep om technisch talent is groot, zeker ook in Oost-Nederland. QuantumDelta, PhotonDelta: het zijn voorbeelden van programma’s die zich landelijk over dit talentvraagstuk buigen. Vooral vanuit het doel om genoeg gekwalificeerde professionals klaar te stomen, onder andere voor de groeiende Twentse chipindustrie.

Tegelijkertijd hebben technische hbo-studies helaas te maken met studenten die uitvallen; iets wat dan regelmatig al gebeurt in het eerste studiejaar. Hoe komt dit? En minstens zo belangrijk: hoe kan dit worden tegengegaan? Het zijn vragen die steeds luider klinken binnen TechYourFuture en ChipTech Twente Talent, het brede samenwerkingsverband dat is voortgekomen uit Project Beethoven. Tjark Huizinga, associate lector Blended Onderwijs, vertelt: “In eerste instantie konden we niet echt de vinger krijgen achter de oorzaak van die uitval. Toen zijn we een onderzoek gestart bij verschillende opleidingen van de academie Life Science, Engineering & Design. Met het doel om die uitval wat af te laten nemen, en om te zorgen dat de studenten beter op hun plek terechtkomen.”

Struikelblokken

Het probleem van uitval onder technische studenten is breder dan alleen een verkeerde studiekeuze. Sterker nog: soms gaat het op de eerste plaats niet eens om een verkeerde keuze, maar meer om de persoonlijke omstandigheden in het leven van een student. Een student die bijvoorbeeld meerdere bijbanen heeft en mantelzorger is, zal vaak weinig tijd en ruimte overhouden om te studeren.

Specifiek voor technische studenten kan het wiskundige gedeelte van een opleiding een struikelblok vormen. Technische opleidingen hebben te maken met een instroom die varieert van mbo’ers en havisten tot voormalige wo’ers. Niet al die studenten nemen dezelfde wiskundige bagage mee; ook stroken de verwachtingen van zowel studenten als docenten niet altijd volledig met de werkelijkheid. Tjark: “We zien soms ook dat studenten tegen de invulling van de lessen aanlopen. Dan hebben ze het gevoel er teveel als een consument te zitten, terwijl ze liever een actievere rol zouden hebben.”

Differentiatie is een van de moeilijkste dingen om toe te passen.

Tjark Huizinga

Ruimte scheppen

We blijven nog even bij de wiskunde. Hoewel er op dit vlak ook in het verleden al diverse initiatieven zijn geweest om studenten binnen boord te houden – denk bijvoorbeeld aan ‘bijspijkerklassen’ –, blijkt er in de praktijk soms toch iets anders nodig te zijn. “We kijken hoe we in de basis al meer aandacht aan wiskunde kunnen schenken, vanaf het eerste kwartiel van een opleiding. Maar het blijft lastig. Wiskunde is ook gewoon iets wat je goed moet kunnen toepassen, en je merkt dat daar niet altijd ruimte voor is als je onderwijs op locatie volgt. Het kan best zijn dat een student na de uitleg van de docent denkt: ik snap het, maar dan kom je thuis en lukt het toch niet om de som te maken. En dan is er geen docent in de buurt.”

Wanneer dat soort momenten herhaaldelijk voorkomen, kan een student gaan achterlopen en in een neerwaartse spiraal terechtkomen. Tjark geeft aan dat docenten hier bijvoorbeeld op kunnen inspelen door in de les meer ruimte te scheppen voor het samen uitwerken van sommen, of door actievere werkvormen aan te bieden. “Maar soms heb je onder studenten bijvoorbeeld ook te maken met neurodiversiteit. Als docent moet je daarop kunnen acteren, en dat is heel uitdagend. Differentiatie is een van de moeilijkste dingen om toe te passen.”

Binnen blijven

Een van de voorbeelden in dit verband, is ‘tempodifferentiatie’; een vorm van differentiatie die vooral aansluit bij de niveauverschillen die er tussen studenten zijn op het gebied van wiskunde. Als docent moet je dan weten met welke studenten je kunt versnellen, en welke studenten juist meer inhoudelijke verdieping nodig hebben. In de praktijk kan dat onder meer betekenen dat je studenten tijdens de les in groepen moet verdelen. Vanuit de studenten gezien: zij moeten op hun beurt ook openstaan voor differentiatie, en daarbij het vertrouwen hebben dat het goed is om te delen waar je tegenaan loopt. “Zeker in een grotere groep kan dat best lastig zijn, ook vanwege groepsdruk. De onderlinge binding tussen studenten kan heel verschillend zijn.”

In het onderzoek is ingezoomd op persoonlijke, sociale en aan onderwijs gerelateerde factoren. Die drie factoren kunnen elkaar in negatieve zin versterken, en er uiteindelijk voor zorgen dat een student uitvalt. Naast het inzoomen op oorzaken, is er ook gekeken naar mogelijke oplossingsrichtingen en vervolgstappen. “Op basis van een eerste analyse hebben we de betrokken opleidingen van LED ingelicht over wat je nou zou kunnen doen in de opbouw van je opleiding; in het didactische repertoire van je docenten, of misschien in de roostering. Alles om maar te zorgen dat studenten beter weten waarvoor ze kiezen. Maar dat ze ook – als ze eenmaal gekozen hebben – ‘binnen’ kunnen blijven.”

Het kan soms ook betekenen dat je voor een uitvallende student die wel een technische ‘klik’ heeft gaat kijken hoe je diegene kunt behouden voor het bredere werkveld.

Tjark Huizinga

Achter de motivatie

Gelukkig staan docenten en studenten er niet alleen voor. Zo zijn er studiekeuze- en loopbaancoaches die studenten verder kunnen ondersteunen, ook als het gaat om meer persoonlijke dingen. ‘Benaderbaarheid’ wordt daarbij zeker onder technische studenten hoog gewaardeerd, vertelt Tjark. Het helpt wanneer studenten geen drempel ervaren om met een docent of bijvoorbeeld een coach te delen waar ze tegenaan lopen.

Soms wordt bij uitval nog te snel de conclusie getrokken dat het aan de motivatie van de student ligt. Het is het type conclusie dat bij studenten juist kan zorgen voor een nieuw opgeworpen drempel; ze kunnen dan daadwerkelijk gaan denken dat het allemaal aan hen ligt, iets wat werkt als een ‘rem’. Maar achter iemands motivatie schuilt een levensloop en een persoonlijkheid; het is de uitdaging om dáár dus meer oog voor te hebben bij het voorkomen van uitval.

Breed belang

Het belang van het onderzoek wordt niet alleen binnen de muren van de hogeschool gevoeld. “Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat al die studenten aan de slag gaan in de technische sector. Als het lukt om nóg meer richting opleidingen te gaan die uitstralen dat het een feest is om daar te studeren, en waarbij je al bij de inschrijving het vertrouwen hebt dat je later ergens werk zult vinden, dan is er straks ook een betere instroom bij de technische bedrijven in de regio. Het kan soms ook betekenen dat je voor een uitvallende student die wel een technische ‘klik’ heeft gaat kijken hoe je diegene kunt behouden voor het bredere werkveld.” 

Jana Reil, collega van Tjark bij het lectoraat Innovatief en Effectief Onderwijs, was ook betrokken bij het onderzoek waarover we in gesprek zijn. Wat de twee onderzoekers gemeen hebben, is dat ze allebei voor de klas staan. Waar Tjark lesgeeft aan masterstudenten en mensen die al onderwijservaring hebben, is Jana leerkracht in het basisonderwijs; de plek waar het allemaal begint. Het past goed bij ChipTech Twente Talent, waarbinnen steeds meer wordt gekeken hoe het enthousiasme voor techniek al zo vroeg mogelijk kan worden aangewakkerd.

We hebben geprobeerd om vanuit een breder perspectief te kijken ... Om zo een volledig beeld te krijgen van het ontstaan van studentenuitval.

Jana Reil

Inzicht

Gevraagd naar haar ervaringen tijdens het onderzoek, legt Jana uit hoe de inrichting van het traject waardevolle inzichten opleverde. “We hebben geprobeerd om vanuit een breder perspectief te kijken. We hebben met 88 studenten gesproken, maar ook met docenten, studieloopbaangeleiders en teamleiders. Om zo een volledig beeld te krijgen van het ontstaan van studentenuitval.” Opvallend binnen dat bredere perspectief, is dat verschillende deelnemers aan het onderzoek vaak vergelijkbare oorzaken aanwezen. Zo erkenden zowel docenten als studenten dat motivatie een bepalende factor kan zijn. Wel verschilde de nuance die bij dit soort factoren werd aangebracht; waar docenten soms wezen op meer algemene, maatschappelijke invloeden, gaven studenten bijvoorbeeld aan dat ze geen aansluiting konden vinden bij de vorm waarin het huidige onderwijs bij hun opleiding wordt gegeven.

Het is het streven om ook de komende tijd nog onderzoek te blijven doen naar oorzaken van uitval onder studenten. Wat kan er in het onderwijs bijvoorbeeld nog meer worden gedaan om de motivatie van studenten te begrijpen en positief te beïnvloeden, om uitval uiteindelijk te voorkomen? Een van de aandachtspunten hierbij, is hoe AI het leren kan ondersteunen. Maar het belangrijkst blijft het mensenwerk. Zowel Tjark als Jana vinden dat er altijd ruimte moet blijven voor docenten om hun lessen deels op een eigen, persoonlijke manier in te vullen. Voor nu: hoog tijd om onderzoeksresultaten te presenteren tijdens de Onderwijs Research Dagen. Jana: “Dat doen we samen met Zuyd Hogeschool en Hogeschool van Amsterdam, want uitval komt natuurlijk niet alleen bij ons voor. Verder zijn we nu bezig om concrete interventies te ontwerpen, zodat we dit onderzoek echt handen en voeten kunnen geven.”

Meer info over het onderzoek

Het hoofdonderzoek is gestart vanuit TechYourFuture; de vervolgacties rondom concrete interventies worden uitgewerkt binnen ChipTech Twente Talent.

Daarnaast worden de huidige onderzoeksresultaten vanuit TechYourFuture vertaald naar een praktische whitepaper, die in december zal worden gepubliceerd. Hiermee worden de resultaten eenvoudiger en breder beschikbaar voor het werkveld.

Meer lezen over het onderzoek? Lees dan de samenvatting die wordt aangeboden door TechYourFuture.

Jos Eertink

Als redacteur probeert Jos alles wat complex is toegankelijk te maken. Buiten werktijd houdt hij zich het liefst bezig met poëzie en schilderkunst. Hij was de achtste stadsdichter van Enschede, maar rijmt alleen als het moet.

Gerelateerde artikelen

Onderwijs

25 jaar Hotel Management: van kamer 100 tot nu

29 juni 2026
Onderzoek

Bijpraten met Deltapremie-winnaar Abeje: ‘leren door te vallen’

23 juni 2026
Saxion richt nucleaire kennishub Oost-Nederland in om kennis en talent voor de energietransitie te versterken Organisatie

Saxion richt nucleaire kennishub Oost-Nederland in om kennis en talent voor de energietransitie te versterken