Samen de schouders onder tech in zorg- en welzijnsonderwijs: ‘Dít is wat we te doen hebben’
Vlak voor de zomer nam Marloes Postel voor het project TechForward de Anka Mulder Onderzoeksprijs 2026 in ontvangst. Binnen TechForward werken onderzoekers, docenten en onderwijsinstellingen samen aan toekomstbestendig zorg- en welzijnsonderwijs, waarin technologie een vanzelfsprekend onderdeel wordt van de beroepspraktijk. Het is zeer relevant onderzoek, nu de druk op de zorg toeneemt, maar de technologische mogelijkheden ook groter worden. We spraken Marloes Postel, associate lector Technology, Health & Care, over de kracht van TechForward. “Ik zie dat mensen zó bereid zijn om kennis te delen, vanuit de gedachte: dít is wat we met elkaar te doen hebben.”
Het was een feestelijk en eervol moment voor Marloes, toen Anka Mulder haar in juni tijdens de Saxion Research Conference 2026 de onderzoeksprijs uitreikte. Marloes ontving de prijs uit naam van alle onderzoekers, docenten en onderwijsinstellingen die zich inmiddels al twee jaar inzetten voor TechForward. “Het onderzoek heeft nog een jaar te gaan,” vertelt Marloes. “Daarom is het ook zo waardevol dat het nu al zoveel aandacht krijgt. Samen staan we voor de vanzelfsprekendheid van technologie in het zorg- en welzijnsonderwijs.”
Technologiecompetentie Wijzer
Om die vanzelfsprekendheid ook echt te bewerkstelligen, is het door TechYourFuture gefinancierde project opgedeeld in drie onderdelen. Om inzicht te krijgen in de uitgangssituatie werd in de eerste fase de Technologiecompententie Wijzer ontwikkeld. “We richten ons primair op docenten in het zorg- en welzijnsonderwijs, maar nemen daar ook de werkende professionals in mee. Want vraagstukken in het onderwijs spelen ook in de zorg- en welzijnspraktijk. In de loop van het project hebben we daar ook nog de studenten bijgepakt. Dat gebeurde in het parallelle ZorgTechNext-project. Zo werd de scope breder en de impact groter.”
Wiel niet opnieuw uitvinden
Dat benoemt Marloes ook direct als de kracht van het project. Het vraagstuk rond het gebruik van technologie in zorg- en welzijn -zowel onderwijs als praktijk, zowel mbo als hbo- is overal aan de orde. “Dan kun je beter je krachten bundelen en niet allemaal het wiel opnieuw uitvinden. Technologie moet ook niet meer iets aparts zijn. Het is één van de hulpmiddelen die je kunt inzetten in zorg en welzijn. In deze sector kan het woord technologie mensen nog wel eens afschrikken. Zeker bij de zorg- en welzijnsprofessional die bewust voor het vak gekozen heeft om met mensen te werken. Die denkt: ik heb toch niet voor techniek gekozen?”
Samen staan we voor de vanzelfsprekendheid van technologie in het zorg- en welzijnsonderwijs.
Vanzelfsprekendheid
Het is uiteraard wat gechargeerd, want inmiddels is er wel een verschuiving te zien, vertelt Marloes. Technologie heeft in de sector nadrukkelijk zijn intrede gedaan. Het gebruik van apparatuur is al lang gemeengoed, maar juist het betrekken van sociale technologie wordt nog wel eens als koel en afstandelijk gezien. Dat werpt de vraag op hoe technologie ondersteunend kan zijn in het persoonlijke en warme contact dat behouden moet blijven. “We willen er voor zorgen dat het een vanzelfsprekendheid wordt in het onderwijs, maar ook van het handelingsrepertoire van zorg- en welzijnsprofessionals. Daar wij willen hen toe opleiden. Tot toekomstbestendige professionals die bekwaam zijn om technologie als vanzelfsprekend én geïntegreerd in het werk te gebruiken.”
Vertrouwen in eigen kunnen
De ontwikkelde Technologiecompetentie Wijzer is een instrument met 26 vragen dat op acht thema’s een score laat zien. Zowel over de intentie en vaardigheid om de technologie te gebruiken als de faciliterende omstandigheden en het vertrouwen in het eigen kunnen om met technologie aan de slag te gaan. De competentiewijzer geeft niet alleen een score maar ook tips om de eigen score te bestendigen of te verbeteren, vertelt Marloes. Het instrument is bruikbaar voor studenten, docenten en professionals in zorg en welzijn.
Kennis als voorspeller
Bij het ontwikkelproces werd ook veel data verzameld, als opmaat naar het vervolg van het onderzoekstraject. Uit die data blijkt dat kennis een belangrijke basis is, legt Marloes uit: “Het is de belangrijkste voorspeller voor alle andere kwaliteiten en competenties. Kortom: hoe zorg je dat die kennis de docent bereikt? Een andere belangrijke conclusie is dat je het niet te ingewikkeld moet maken. Technologie moet een vanzelfsprekend onderdeel van het werk worden. Als mensen er mee in aanraking komen, de goede voorbeelden zien, dan gaan ze er zelf ook mee aan de slag. Ook is het belangrijk dat de betreffende technologie echt ondersteunend is; voor de professional of de cliënt. Het zijn allemaal factoren waardoor de professional er uiteindelijk mee gaat werken. Het zijn belangrijke conclusies uit die eerste onderzoeksfase.”
Docentprofessionalisering
Het tweede jaar vormde een verdiepingsslag en stond in het teken van docentprofessionalisering, aldus Marloes. “We onderzochten waar de ontwikkelbehoefte ligt en welke instrumenten daar voor ingezet konden worden. Er volgden studiedagen bij alle betrokken organisaties. Daar hielden we onder andere sabotagesessies, om docenten op een creatieve manier de implementatie van technologie te laten saboteren. Dat zette het denkproces in gang: hoe kun je er voor zorgen dat de implementatie van technologie nu wél goed landt? Het leidde tot nieuwe inzichten en een lijst met tools die in lessituaties en op de werkvloer gebruikt kunnen worden.
Marloes Postel neemt de Anka Mulder Onderzoeksprijs 2026 in ontvangst.
Schoolvoorbeeld
Het derde en laatste jaar van het TechForward-onderzoek staat in het teken van de daadwerkelijke implementatie van de technologie in het zorg- en welzijnsonderwijs. Marloes: “Je kunt mooie plannen maken, mensen enthousiasmeren, maar soms is het nodig om docenten even bij de hand te nemen. Ook zij hebben te maken met de waan van de dag, met drukke agenda’s.” Het plan is om binnen de opleidingen van de betrokken onderwijsinstellingen vijf eenheden of vraagstukken aan te pakken, waarbij de onderzoeker samen met de docent zorgt voor inbedding in het curriculum. Daarna vindt overdracht naar de praktijk plaats. Een schoolvoorbeeld van toegepast onderzoek, zo lijkt het. Een belangrijke voorwaarde ook voor het winnen van de Anka Mulder Onderzoeksprijs, die zich richt op onderzoek met aantoonbare maatschappelijke impact.
Bloempot Tessa
Bij de toepassing van technologie in het welzijnsonderwijs valt bijvoorbeeld te denken aan uitleg over hulpmiddelen ter ontspanning van de cliënt. Bijvoorbeeld een ademkussen voor mensen die door angst, stress of dementie onrust ervaren. Maar ook thuis, ter ondersteuning van de dagstructuur, kunnen cliënten baat hebben bij technologische hulpmiddelen. Denk aan Bloempot Tessa: een robotje dat aangeeft wanneer het tijd is om de medicijnen in te nemen, of om op pad te gaan naar de fysiotherapeut. “Het is goed dat studenten kennis maken met deze hulpmiddelen en mogelijkheden in het welzijnsonderwijs,” aldus Marloes.
Technologische hulpmiddelen, zoals Bloempot Tessa, kunnen cliënten in de thuissituatie ondersteuning bieden. (Marloes Postel, met collega Jolien Stokkers-Scholten.)
Schijf van Vijf
Bij het technologie-onderwijs in zorg- en welzijn moet ook de nieuwe Schijf van Vijf een rol gaan spelen. Niet de bekende schijf van het Voedingscentrum, maar een hulpmiddel waarmee de inzet van ondersteunende technologie kan worden bepaald. “Stapsgewijs wordt naar vijf aspecten gekeken: wat kan de cliënt zelf, welke hulpmiddelen kunnen er ingezet worden, wat kan familie of een mantelzorger doen, wat kan het sociale en lokale netwerk, wat kan de professional? Vanuit de zorg zijn we heel erg gewend alles voor de patiënt te doen. Eigenlijk moeten zorgprofessionals dat meer leren loslaten, om te kijken wat iemand nog zelf kan. Je ziet dat men in de praktijk al met die schijf werkt. Daarom is het ook belangrijk dat hij een plek in het onderwijs krijgt.”
V-model
Binnen het lectoraat vormt het V-model een belangrijke basis. Dit model maakt onderscheid tussen basiscompetenties en verdiepende competenties op het gebied van technologie. Al eerder spraken Marloes Postel en Marjolein den Ouden daarover met onze redactie. Het boek ‘Techwijs in Zorg en Welzijn’ dat vorig jaar verscheen, vormt een belangrijke basis om deze onderzoeksresultaten naar de praktijk te brengen en met vervolgonderzoek aan de slag te gaan. Marloes: “Het is belangrijk dat docenten en professionals zich realiseren dat het om een doorlopende leerlijn gaat. Dat je niet in het eerste jaar alles al hoeft te kunnen. Dat je na het leren van de basiscompetenties aan de slag kunt met verdiepende onderwerpen, zoals wat waardevol is voor een digicoach. Of het tech-ambassadeurschap, waarbij je extra competenties meeneemt naar je organisatie. Met de inbedding van dat soort doorlopende leerlijnen gaan we in het laatste jaar van ons onderzoek aan de slag.”
Het is belangrijk dat docenten en professionals zich realiseren dat het om een doorlopende leerlijn gaat. Dat je niet in het eerste jaar alles al hoeft te kunnen.
Krachtenbundeling
Zeer positief is Marloes over wat zich al aftekent in de praktijk. Ze noemt de samenwerking met bevlogen docent-onderzoekers, ook van de verschillende mbo’s die betrokken zijn. “Ik zie dat mensen zó bereid zijn om kennis te delen, vanuit de gedachte: dít is wat we met elkaar te doen hebben. Daar is bijvoorbeeld ook het boek Techwijzer Zorg en Welzijn zo’n mooi voorbeeld van. Het is door bijna vijftig mensen uit de praktijk en van uit het onderwijs en onderzoek geschreven. Iedereen voelt het belang van dit thema. Daaruit ontstaat zo’n krachtenbundeling: de basis vanuit het onderzoeksmodel, de casuïstiek vanuit de praktijk en de vertaalslag naar de student vanuit het onderwijs. Echt gedreven door de inhoud. Het is van enorm belang dat onderzoek en onderwijs goed aansluiten op wat maatschappelijk speelt. Al zijn veel mensen nog zoekende, uit de eerste twee jaren van dit project is gebleken dat we elkaar kunnen helpen en versterken. Ook in de totale breedte van de regio en ons netwerk. Er werken vier roc’s aan mee - en twee academies van Saxion. Net als heel veel partners uit het TechYourFuture-netwerk. Iedereen mag in zijn eigen fase zitten. Ook als het gaat om implementatie van AI en datagedreven werken in de sector. Er komt nog heel veel op ons af. Maar deze krachtenbundeling zorgt nu al voor enorme winst.”
Fotografie header: Barbara Trienen (voor Saxion)
Overige fotografie: Thomas Busschers - Dienst Marketing Communicatie